Ik ben jouw God (2)
Ik de Heere
ben jouw God.
Luister dan
naar mijn gebod:
Een beeld van Mij
zul je niet maken.
Ben ik een mens
of dier gelijk?
Heb ik de aarde
niet geschapen?
Is de hemel
niet mijn koninkrijk?
Ik ben,
niet te begrenzen,
Ik ben
groter dan ’t heelal
Ik ben
een storm
onder de mensen
Ik ben
die ik altijd wezen
zal.
Ik ben
een Vader, voor
wie in mij gelooft,
een levensader,
die niet wordt
gedoofd.
Gelijk een zachte
wind
je haren streelt,
zo liefelijk, mijn
kind
zal ik je laten
voelen
dat ik jou bemin.
Maar wanneer
je mij zult haten,
je Schepper
zult verlaten,
je kind’ren
niet zult leren
Mij te
eren,
maar eigen wegen
gaan,
op dat uur,
kom IK
als een verterend
vuur
Barmhartigheid
zal Ik je schenken,
wanneer je mijn
geboden
zult gedenken.
Je nageslacht zal
bloeien,
en stralen als de zon
je vreugde zal dan
groeien
want Ik ben jouw
levensbron
n.a.v. het tweede
gebod
|
|
 |