Terug

 


 

Ik ben jouw God (3)

 

Ik de Heere,

ben jouw God,

luister dan

naar mijn  gebod:

 

Je zult niet achteloos

of in een vloek,

mijn naam onteren,

want Ik,

de Heer der Heren,

zal schuldig houden

wie zich niet bekeren.

 

Mijn naam

dat ben ikzelf,

Ik heb het je gezegd.

Wanneer je dan

mijn naam uitspreekt,

doe het, met eerbied

en oprecht.

 

Jouw lippen zijn

de poorten van je hart,

de wachters

van jouw denken,

zij zijn het,

die jouw Schepper

kunnen krenken.

 

Wanneer je in een eed,

Mij tot getuige roept,

zal Ik er zijn, mijn kind,

maar weet,

dat jij daaraan

mijn heiligheid verbindt.

 

Sta niet zwijgend toe,

omdat de wereld

Mij niet kent,

misbruik

van mijn naam,

raak er niet aan gewend.

 

Roep Mij aan,

in loflied en gebed.

Dan zal ik zegen

schenken.

Dan mag mijn naam

weerklinken,

overal.

Want een ieder

die zó, mijn naam

noemen zal,

doet naar mijn wil.

 

                       

 n.a.v. het derde gebod