Jezus’ afscheid.
Wordt niet ontroerd
wanneer Ik ga
naar ’s Vaders huis,
‘k bereid voor jou
een thuis,
een hemelwoning.
Vraag niet:
“ hoe kom ik
bij de Vader aan.”
Ik ben de weg
die jij moet gaan.
De waarheid
en het leven.
In Mij zag jij
reeds Hem.
Mijn woorden
zijn, zijn stem.
Geloof je Mij,
geloof je Hem.
De Trooster, Geest
zul je ontvangen,
wanneer je
mijn gebod bewaart.
Verwacht dan,
met verlangen Hem,
die jou, mijn woorden
spreken laat.
n.a.v. Joh. 14 :1-26.
|
|
 |