|
Advent.
Johannes is zijn naam,
kind van de woestijn,
jij zult het teken zijn
van de komende.
Bode van de Heer.
Voorspeld door de profeten;
nu zal Gods volk het weten,
de dagen zijn geteld.
De paden zijn geëffend.
De stilte wordt doorbroken.
God heeft gesproken;
Hij komt Immánuel.
De Davidsster zal blinken.
Opgang van het Licht,
schijnsel van Gods aangezicht
voor de mensen.
Hij komt Immánuel.
Heerser over dood en leven.
Vrede zal hij geven
aan een volk in nood. |
 |