De baanveger
De sneeuwman
staat gereed
zijn zwarte
ogen glimmen
straks wordt
zijn bezem
heet
het kriebelt
zwaar
vanbinnen.
Zijn neus is
rood
bevroren
zijn voeten
willen gaan
maar hij
verloor zijn
noren
dus moest
hij blijven
staan.
Hij zal nu
de baan wel
vegen
zodat het
ijs weer
groeit
de koorts
zich kan
bewegen
in een tocht
die iedereen
beroert.
Nog even en
zij weten
of ze elf
steden mogen
zien
met rode
hoofden die
dan zweten
en koude
handen
bovendien.