![]() |
|
|
|
Boswandeling
Ik wandel in het bos en zie de paddenstoelen groeien een enkel bloempje staat in de late herfst te bloeien.
de blaad’ren zijn gevallen de kale bomen bruin met hun armen naar de hemel hebben ze een blauwe kruin
het licht schijn door de bomen de natuur trekt zich terug verscholen onder het tapijt hoor ik een dier dat zucht.
nu zal de winter komen het eten wordt weer schaars en in de koude tijden is meneer sterk de baas.
God zal ook voor hen zorgen zelfs voor het kleinste dier ze krijgen voedsel om te eten |