![]() |
|
|
|
De nacht.
Waar de maan de avond kust en de sterren weer ontwaken door de zangen van de nachtegaal streelt het zachte ruisen van de wind de groene blaadjes goede nacht.
De felle kleuren wijken de schaduw legt behoedzaam neer de geuren van het veldboeket ze worden in een kast gezet en verschijnen morgen weer.
Gesloten wordt de dag wanneer de nacht weer opengaat en het ander leven zich ontvouwt die in ’t donker hier op aard door de Schepper wordt bewaard. |