Terug

 

 

De natuur
 
Wat onwennig sta ik
in een bont palet
rondom vele kleuren
waarin ik werd neergezet.

Van rood naar paars
van blauw naar geel
ieder heeft zijn eigen jas
zo verschillend en zoveel.

Er loopt een lijntje
door mijn bont palet
en daarop werd heel fijntjes
een bruin kleurtje neergezet.

Het al begint te leven
ik kijk mijn ogen uit
het duurt dan ook heel even
en ik hoor veel geluid.

Ik hoor de kikker kwaken
een bij komt zoemend aan
hij gaat een bloem aanraken
lichtpunt in zijn bestaan.

Ik durf mij niet bewegen
bang dat ik het verstoor
dat mooie buitenleven
de geluiden die ik hoor.

Ik prijs U om uw grootheid
wat is uw schepping mooi
in uw wonderlijk beleid
gaf U iedereen zijn tooi.

De mens hebt U gegeven
een koninklijke kroon
geef dat ik naar uw wil
de aarde zo bewoon.