![]() |
|
|
|
De natuur
Wat onwennig sta ik in een bont palet rondom vele kleuren waarin ik werd neergezet. Van rood naar paars van blauw naar geel ieder heeft zijn eigen jas zo verschillend en zoveel. Er loopt een lijntje door mijn bont palet en daarop werd heel fijntjes een bruin kleurtje neergezet. Het al begint te leven ik kijk mijn ogen uit het duurt dan ook heel even en ik hoor veel geluid. Ik hoor de kikker kwaken een bij komt zoemend aan hij gaat een bloem aanraken lichtpunt in zijn bestaan. Ik durf mij niet bewegen bang dat ik het verstoor dat mooie buitenleven de geluiden die ik hoor. Ik prijs U om uw grootheid wat is uw schepping mooi in uw wonderlijk beleid gaf U iedereen zijn tooi. De mens hebt U gegeven een koninklijke kroon geef dat ik naar uw wil de aarde zo bewoon. |