|
Jezus wordt
door Maria gezalfd.
Het wordt
vandaag een prachtige dag. Het is nog vroeg in de morgen. De vogels zingen
al terwijl de zon nog maar net boven de horizon uitkomt.
Maria en Martha
zijn al opgestaan. Ze zijn blij want Jezus komt vandaag op bezoek. Zij
houden heel veel van Jezus. Hij is hun grootste vriend. Hij heeft hun broer
Lazarus teruggeroepen uit de dood. Het is bijna niet te geloven maar het is
echt waar. Lazarus was gestorven en Jezus riep: “Kom Lazarus, kom naar
buiten.” En Lazarus kwam, het ging wel een beetje moeilijk want hij was al
in doeken gewikkeld, maar toch lukte het.
Maria zit er
nog over na te denken terwijl Martha al druk bezig is met de voorbereidingen
voor de maaltijd. Er is nog zoveel te doen maar dat vindt ze niet erg, want
Jezus komt bij hen eten en daar heeft ze alles voor over.
Kom Maria, help
ook eens een handje, ik kan het niet allemaal alleen doen.
Eindelijk
zijn ze klaar met de voorbereidingen. Lazarus is inmiddels ook opgestaan.
Hij verlangt ernaar om de Meester, zoals hij Jezus noemt, weer te ontmoeten.
Hij heeft zijn leven aan Hem te danken, maar Jezus zei: “Niet alleen dit
leven Lazarus, ook het eeuwig leven heb je aan mij te danken, straks ben ik
er niet meer maar dan moet je maar aan al mijn woorden denken.”
Kijk daar komen
mensen aan. In de verte zien ze een heel aantal mensen lopen. Zou dat…..
Maria kijkt nog eens goed en Lazarus zegt, ja hoor het is Jezus met zijn
vrienden, ik zie het aan Zijn lopen. Zijn lopen? Ja, Lazarus let er altijd
op hoe mensen lopen en daaraan herkent hij van verre al wie het zijn,
tenminste als hij ze kent.
De vrienden en
Jezus zijn moe. Ze hebben al een lange wandeling achter de rug en de weg is
zo droog. Ze gaan zich eerst wat opfrissen. Maria heeft zo veel te vertellen
aan Jezus, ze kan bijna niet wachten tot Hij klaar is. Rustig maar Maria, Ik
ben nog lang niet weg, je krijgt alle tijd om met Mij te praten.
Aan tafel gaan
de gesprekken door.
Martha heeft
het, zoals altijd weer druk. Martha is een goede gastvrouw, maar soms een
beetje teveel bezig met “gastvrouw” zijn. Jezus had dat al een keer tegen
haar gezegd, maar Martha kan het niet laten, er moet toch iemand bedienen en
ze is er wel aan gewend dat Maria altijd maar naar Jezus wil luisteren.
Als iedereen
aan tafel is en Martha het eten heeft neergezet, mist ze Maria opeens. Waar
is die nu weer?
Ze gaat kijken
en roept Maria waar ben je? Oh daar komt ze al aan. Wat heeft ze daar in
haar handen? Een kruikje, maar alles stond toch al op tafel?
Maria loopt
naar Jezus en opent het kruikje. Nu ziet Martha het, het is heerlijk
geurende olie, nardusolie. Maria gaat bij Jezus staan en giet een beetje
olie over zijn voeten. Jezus kijkt Maria aan en ook de vrienden van Jezus
kijken. Het begint heerlijk te ruiken in de kamer. Het wordt doodstil. Maria
zalft de voeten van Jezus, zouden zijn vrienden begrijpen waarom ze dit
doet? Ze houdt heel veel van Jezus. Jezus begrijpt het wel. Dan begint Judas
te praten. Hij is boos.
Waarom doe je
dat? Verkoop het liever. Het geld kunnen we wel gebruiken. Dit is verknoeien
van geld, dat kunnen we beter voor de armen gebruiken die hebben het
nodiger. Oh Judas, zeg je dat voor de armen of omdat jij dan weer geld weg
kunt nemen. Judas is een dief, hij steelt steeds geld uit de kas van zijn
vrienden.
Maar dan begint
Jezus te praten. Hij zegt: “Ik straks zal sterven Judas, ze doet dit voor
mijn begrafenis. Jij wil het aan de armen geven, maar de armen heb je altijd
bij je Judas en mij straks niet meer.”
Inmiddels horen
ze heel veel mensen praten. Het is druk geworden buiten.
De mensen
hebben gehoord dat Jezus bij Lazarus is. Is Hij er al weer. Daar moeten ze
meer van weten. Straks doet Hij misschien weer een wonder. Ze zijn het nog
niet vergeten het heeft zoveel indruk op hen gemaakt. Ze zeiden dat Lazarus
dood was en dat Jezus hem weer levend gemaakt heeft. Ze willen Lazarus zien
en Jezus natuurlijk ook.
Misschien
konden ze beiden nog wel even spreken en kon Lazarus vertellen hoe het was,
hoe hij zich toen voelde. O wat zijn de mensen toch nieuwsgierig maar zouden
ze ook in het wonder van Jezus geloven? Zouden ze ook geloven dat Hij de
beloofde is de Messias?
De
hogepriesters in elk geval niet want die zijn van plan Hem te doden. Ze zijn
met een plannetje bezig hoe ze dat zullen doen zonder al te veel opstand bij
het volk te krijgen. Ze moeten iemand vinden uit Zijn omgeving die hen wil
helpen, maar wie.
Het zal niet zo
lang meer duren dan komt er iemand bij hen, die Jezus verraden zal maar
eerst gaat Hij naar Jeruzalem, eerst zullen ze Hem nog toejuichen. Ze zullen
roepen hosanna, Hij die komt in de naam van de Heer, om daarna te roepen
kruisig Hem.
Jezus’ tijd is
bijna gekomen om te sterven voor de zonden van de mensen en hen zo weer bij
de Vader te brengen.
|