Het zijn de kleine dingen die het doen.

 

Ik zag haar staan

verlaten in een hoek,

ze keek me aan

met een blik, ik zoek

iemand om mee te praten,

heeft niemand

dat nou in de gaten?

 

Schoorvoetend

ging ik heen,

ik kende haar

van zo terloops

een knikje en een lach,

tot  op het moment,

dat ik een droeve blik

in haar ogen zag.

 

Zij had een lang verhaal,

verzwegen vele tijden,

omdat het pijnlijk was,

herinneringen, vastgeroest

aan veel lijden.

 

Toen ze het vertelde

en alles bovenkwam,

de tranen in haar ogen welden,

zij een zakdoek nam,

kon ik slechts zwijgen,

luist’ren naar haar stem,

tranen in mijn ogen krijgen,

denken ook aan hen,

die veel lijden

onder oorlog en geweld.

 

Het was al lang geleden,

voor haar nog zo dichtbij,

toen ze zachtjes tot me zei:

sorry dat ik het je vertelde,

zoiets mag ik toch niet doen?

De mensen willen het niet horen,

de oorlog is al lang voorbij,

er zijn nadien al zoveel kinderen geboren,

die leven vrij en blij.

 

Ze mocht mijn oren lenen

om te luist’ren naar haar stem