![]() |
|
|
|
Klein kind—kleinkind
Het is zo kort geleden dat ik je moeder in mijn armen had en nu lig jij, zo tevreden, bij mij te spart’len in het bad.
Ik mag voor jou gaan zingen van de Heer, en alle mooie dingen die Hij ons geeft, de vogels en de bloemen en alles wat op aarde leeft.
Ik mag jou gaan vertellen hoe lief Hij ook jou heeft ja, alle kleine, grote dingen die jij straks in jouw leventje beleeft, geeft Hij een plaats, zodat het jou ten goede komt.
Lief klein kindje ik wil je gaan omarmen, jij mag je aan mijn liefde warmen, ik leg jouw leven in Gods hand, daar is het veilig en geborgen tot in het Vaderland. |