|
Maria Magdalena’s
verdriet wordt blijdschap, Hij is opgestaan!
Het is nog heel vroeg in
de morgen. Maria Magdalena is wakker. Ze heeft vannacht niet goed geslapen,
ze is nog moe.
Drie dagen geleden hebben
ze haar meester vermoord. Ze kan het nog niet begrijpen. Hij heeft zoveel
goede dingen gedaan, Hij was zo groot en machtig waarom kon hij niet zeggen
: “mensen ga weg” en gewoon weglopen van zijn moordenaars. Ze gelooft dat
hij zich los had kunnen rukken zoals Simson deed toen hij vastgebonden was.
Maar nee hij liet alles maar over zich heen gaan. Ze had de tranen in zijn
ogen gezien. Had hij haar tranen ook gezien?
Zo ligt Maria Magdalena
maar te tobben. Van slapen is vannacht weer niet veel gekomen. Ze hebben hem
inmiddels in een graf gelegd er is niets meer wat aan hem herinnert. Zelfs
zijn mooie mantel is door de soldaten meegenomen. Hoe moet het nu verder?
Maria Magdalena staat op.
Ze is zo moe, doodmoe. Straks zal ze haar vrienden opzoeken maar ze wil
eerst nog een tijdje alleen zijn.
Het begint al een beetje
licht te worden. Straks zal ze eerst naar het graf gaan. Wat ze daar moet?
Ze heeft met de andere Maria en Johanna afgesproken het lichaam te balsemen
met olie en verder ---verdrietig zijn en het gevoel hebben toch heel dicht
bij haar Meester te zijn ook al ligt hij in het graf. Misschien geeft het
haar een gevoel van rust want dat heeft ze nu echt niet.
De zon begint al meer
kracht te krijgen. Op deze vroege morgen hoort zij de vogels zingen maar
kan, zoals ze vroeger wel had er niet met plezier naar luisteren.
Ze denkt aan vroeger. Wat
Hij allemaal voor haar gedaan heeft. Ze was bezeten door 7 demonen, dat was
verschrikkelijk. Ze kon niet normaal leven. Toen kwam ze Jezus tegen. Hij
heeft haar er van verlost. Ja ze weet het nog als de dag van gisteren. Wat
was ze gelukkig. Wat was ze dankbaar.
Toen kwam de tijd dat Hij
de “blijde boodschap” zoals Hij het noemde aan de mensen ging vertellen. Ze
was een fan van hem geworden, nou ja een fan is eigenlijk niet het goede
woord. Ze had gehoord dat Hij de beloofde Messias was en zij geloofde dat.
Hij sprak over de goede God. Ze voelde zich een leerling van hem.
Er waren meer leerlingen.
Mannen en vrouwen zoals bijvoorbeeld Jakobus en Johannes, Johanna de vrouw
van Chusas en Susanna
Zij had samen met Johanna
en Susanna voor de Meester gezorgd. Eten voor hem en zijn leerlingen
klaargemaakt.
Wat kon Hij mooi
vertellen. Wat kon Hij de mensen wijzen op hun fouten en zeggen dat ze
Jahweh moesten eren en niet hun eigen eer zoeken. Wat had Hij veel zieken
beter gemaakt ja zelfs doden weer teruggeroepen. En nu…….nu is Hij zelf
dood! Hoe was dat mogelijk.
Maria zit in gedachten
verzonken te mijmeren over de tijd dat de Meester nog bij haar was. Ze
begint weer te huilen.
|