![]() |
|
|
|
Najaar.
Het dodderige land geeft een droeve blik de bomen druipen en dromerig staan drie koeien doodstil in de wei.
Mijn blik naar de horizon ziet een boodschap, een klein blauw tintje, het vormt binnentijds een blanke lucht, het maakt me blij.
Het natte landschap in het naseizoen krijgt al wat nodig is, want na de regen schildert de natuur de zon achter de najaarswolken.
Hoe groot is God?
Hij heeft geschapen: verkwikkende regen, de groene weiden, de zwarte koeien, de blauwe luchten, de stralende najaaszon. . Hoe groot is God!
|