|
Hoe het mooie
paradijs een stille tuin werd
Het is nog stil
in de tuin. De zon klimt al een beetje omhoog en als je goed luistert hoor
je in de verte een vogeltje fluiten. Het zal niet lang meer duren of het
wordt een heel mooi vogelkoor.
De zon gaat dan
iedereen verwarmen waardoor ze wakker worden.
De leeuw rekt
zich uit, hij kijkt nog een beetje slaperig maar probeert toch op te staan.
Het wordt weer
een mooie dag , ook voor de mensen in Gods tuin.
Adam kust zijn
vrouw wakker. Goede morgen Eva. De leeuw likt Adams hand en Adam aait hem.
Hij houdt van de dieren, ze zijn lief en komen graag even bij hem.
Eva is
inmiddels ook wakker geworden. Een nieuwe dag, heerlijk. God de Vader zal zo
wel even bij hen op bezoek komen. Daar verheugt Eva zich al op. Vader , daar
houdt ze van. Hij heeft hen gemaakt en door Hem mogen ze nu leven. Is er
iets mooiers te bedenken?
Eva gaat
vruchten plukken en het eten klaar maken. Adam gaat drinken halen. Zo doen
ze het elke dag. Eva zingt een lied, het is een lied voor de Heer om Hem te
laten horen hoe lief zij hem heeft. Adam hoort Eva zingen en neuriet
zachtjes mee.
Als ze zitten
te eten komt God bij hen. Hij spreekt met hen en kijkt naar Zijn schepping.
God zegt wat is
alles goed gemaakt, de dieren de planten en ook jij mensenkind bent door Mij
goed geschapen. Zo kun je Mij dienen maar dat moet je zelf willen. Dat
moeten Adam en Eva God laten zien. Kunnen zij God de Vader gehoorzamen?
Hebben zij Hem zo lief dat ze alles willen doen wat Hij zegt?
Natuurlijk Eva
twijfelt er niet aan, Hij heeft hen immers gemaakt, zouden zij Hem dan ook
niet alle eer geven door te gehoorzamen?
In de hemel was
er een opstand geweest. God had ook de engelen geschapen om Hem te dienen
maar die noemde Hij niet zijn kinderen zoals de mens maar zijn knechten.
Eén van die
knechten, een belangrijke engel kwam in opstand tegen God, hij wilde de baas
zijn en nam een heel aantal engelen mee. Die engel kreeg de naam Satan dat
betekent koning van de gevallen engelen.
Satan, ze
noemen hem ook wel duivel, zag dat Adam en Eva het heerlijk hadden in Gods
tuin, het paradijs op aarde. Hij dacht het is veel beter als ze mij eren
maar hoe vertel ik ze dat. Want als ik het zeg luisteren ze vast niet.
De dagen gingen
voorbij en Adam en Eva genoten volop van alles wat God hen gegeven had. De
vogels, de vissen de grote en kleine dieren en al die mooie bloemen en
planten. Ze voelden zich dan ook heel erg gelukkig.
Op een dag liep
Eva door de tuin. Zij bekeek alle mooie bomen. De één bloeide en de ander
had alleen maar bladeren. Een derde had heerlijke vruchten. Eva had wel zin
in een lekkere vrucht, een appel of een peer of een perzik. Het waren er
zoveel ze kon bijna niet kiezen.
Ze liep nog een
tijdje door en rook aan al die mooie bloemen met hun heerlijke geuren.
Ze kwam in het
midden van de tuin. Wat had God het toch alles mooi gemaakt. Moet je die
boom daar zien. Prachtig! Heerlijke oranje vruchten hingen er aan. Ze waren
rijp genoeg om te eten. Ja daar had ze wel zin in. Opeens bedacht ze dat God
iets tegen hen gezegd had. Als je me lief hebt moet je mij dat ook laten
zien. Natuurlijk had zij haar Schepper lief en dat liet zij Hem ook zien en
horen, als ze een lied voor Hem zong.
Ja, die boom,
wat was die mooi. Ze had er eigenlijk nooit zo op gelet. Had ze nooit gezien
dat die boom zulke mooie vruchten had? Vreemd, maar er waren ook zoveel
mooie bomen, misschien toch niet zo vreemd want God had gezegd dat ze die
vruchten niet mocht eten. God had gezegd, als je mij lief hebt moet je dat
Mij laten zien door van die boom niet te eten. Nou er waren zoveel bomen met
mooie vruchten, dat was eigenlijk helemaal niet zo moeilijk.
Ze wilde even
de vruchten bekijken. Ze ging naar de boom maar mocht niet aan de vruchten
komen want als ze dat deed zou ze sterven. Sterven betekende dat ze dan
zonder God zou zijn want dan zou de Vader hen verlaten, ze moest er niet aan
denken dat zou verschrikkelijk zijn.
Nee kom ze ging
weer naar Adam, die was bij de dieren.
Ineens hoorde
ze een stem, of vergiste ze zich? Was God in de buurt, dat gebeurde wel
vaker, dan sprak ze met de Vader. Ze wilde al weglopen maar draaide zich
toch even om.
Hé wat was dat?
Ze zag een slang in de boom. Op zich was dat niet vreemd, je zag overal
dieren.
Ze wilde hem
aaien maar ineens begon de slang te spreken.
Dag Eva, wat
een mooie boom is dit hè. Eva verbaasde zich een beetje maar gaf toch
antwoord. Ja de Here God heeft alles gemaakt ook deze boom. Het is hier
allemaal zo mooi.
Ja zei de slang
dat weet ik, God heeft ook gezegd dat je niet van deze vrucht mag eten hè
hem zelfs niet aanraken. “ Ja”, zei Eva “en daarom eten wij niet van deze
boom”.
“Ja, ja”,zei de
slang “ dat begrijp ik. Weet je wel waarom God dat tegen jou gezegd heeft”?
“Ja”, zei Eva ,” om te laten zien dat ik Hem lief heb”. ” Meen je dat echt”,
zei de slang.
Eva dacht na,
ja zo was het toch? Zij had God toch lief?
De slang begon
te lachen.” Zal ik je eens een geheim vertellen? Dit is een hele bijzondere
boom, als je van zijn vruchten eet, dan kun je alles wat God ook kan, zou
dat niet mooi zijn?”
“Ja maar, ik
heb toch alles?” Eva keek naar de boom met zijn mooie vruchten. Ja vreemd
eigenlijk dat ze daar niet van mocht eten terwijl het zulke mooie vruchten
had.
Zou de slang
gelijk hebben? Durfde zij er één te pakken? Eentje maar, dat zou vast niet
zo erg zijn, even proeven, daarna nooit meer.
De woorden van
God duwde Eva uit haar hart, ze zag alleen nog maar die mooie vruchten.
De slang
lachtte, hij had gewonnen. Goed zo mens, dacht de Satan, dit heb ik mooi
gewonnen, nu zijn jullie van mij.
Nadat Eva de
vrucht geproefd, gaf ze ook één aan Adam. Adam stond inmiddels achter haar.
Hij had het wel gehoord maar er niet iets van gezegd. Ja misschien had de
slang wel gelijk. Het waren zo te zien heerlijke vruchten.
Adam en Eva,
wat hebben jullie gedaan! God had het toch verboden?
’s Avonds kwam
God, maar Adam en Eva durfden God niet te ontmoeten. Het was zo raar, ze
waren bang, hun hart klopte in hun keel. Ze wisten best dat ze iets gedaan
hadden wat niet mocht en o wat hadden ze een spijt. Nu zou God hen verlaten.
Waar moesten ze heen.
Adam en Eva
hadden straf verdiend. Ze mochten niet meer in die mooie tuin wonen. Nu
moesten ze buiten de tuin leven en daar zouden ze hard moeten werken om eten
te krijgen. Het ergste was dat ze de hele schepping door ongehoorzaam te
zijn vernield hadden.
God strafte
niet alleen, Hij beloofde Iemand die hun straf zou krijgen , ook al zouden
ze hier op aarde nog wel sterven. Als ze die lief zouden hebben dan wilde
God hen weer zijn kinderen noemen.
Adam en Eva
waren God niet gehoorzaam geweest en daardoor zouden zij ook geen kinderen
meer kunnen krijgen die God helemaal gehoorzaamden.
Dat merken we
ook aan ons zelf, want wie heeft er nooit iets stouts gedaan of gelogen? Dan
doen wij God verdriet. Toch wil Hij ons dat vergeven als wij het Hem vragen.
Daarvoor kwam de Here Jezus op aarde.
|