Terug

 

 

Rouwen.

 

Kind, zie je

geen bloem meer bloeien?

Geen wolken in de lucht?

Geen koeien in de wei?

Geen gras meer groeien?

Geen kever die zijn vlucht

neemt voor het onraad

dat hem ducht?

 

Kind, Ik weet!

Ik zie de tranen

in jouw ogen,

verdriet om zoveel leed,

je hoofd terneer gebogen.

Kind, Ik weet!

 

Kind, Ik zie

de boosheid in jouw ogen

om het leed

wat jou werd aangedaan,

het onbegrip

waarmee die ander,

je in de kou laat staat.

 

Kind, Ik hoor,

wanneer ze zeggen,

“je mag er niet meer over praten

het is te lang voorbij,

je moet het rusten laten

en wordt weer blij”.

 

Kind, sla je ogen op

en zeg het Mij,

leg al je boosheid,

verdriet en onbegrip

aan mijn voeten neer

Ik houd je vast,

ook al zie jij

geen uitkomst meer.

 

Mijn kind,

de blijdschap

zál weer komen,

maar geef het tijd.

Want tussen waken, dromen

ligt een eeuwigheid

van strijd, om te aanvaarden

de weg die jij moet gaan.

 

Mijn kind,

Ik geef je kracht

te strijden op die weg,

dan zul je overwinnen

en met een traan, een lach,

opnieuw beginnen.

Weer in het volle leven staan.