![]() |
|
|
|
Rouwen.
Kind, zie je geen bloem meer bloeien? Geen wolken in de lucht? Geen koeien in de wei? Geen gras meer groeien? Geen kever die zijn vlucht neemt voor het onraad dat hem ducht?
Kind, Ik weet! Ik zie de tranen in jouw ogen, verdriet om zoveel leed, je hoofd terneer gebogen. Kind, Ik weet!
Kind, Ik zie de boosheid in jouw ogen om het leed wat jou werd aangedaan, het onbegrip waarmee die ander, je in de kou laat staat.
Kind, Ik hoor, wanneer ze zeggen, “je mag er niet meer over praten het is te lang voorbij, je moet het rusten laten en wordt weer blij”.
Kind, sla je ogen op en zeg het Mij, leg al je boosheid, verdriet en onbegrip aan mijn voeten neer Ik houd je vast, ook al zie jij geen uitkomst meer.
Mijn kind, de blijdschap zál weer komen, maar geef het tijd. Want tussen waken, dromen ligt een eeuwigheid van strijd, om te aanvaarden de weg die jij moet gaan.
Mijn kind, Ik geef je kracht te strijden op die weg, dan zul je overwinnen en met een traan, een lach, opnieuw beginnen. Weer in het volle leven staan. |