Terug

 

 

Samen afscheid nemen.

 

Samen gingen wij op reis

tot het niet meer kon,

jij ging vooruit

naar ’t Hemels paradijs

naar onze Levensbron.

 

Wij namen afscheid van elkaar

ik keek nog even om

jij keek vooruit

en zag het Licht, daar

waar de eeuwigheid begon.

 

Los moest ik je laten,

overgeven in Gods hand

maar o, ik voel mij zo verlaten

nu jij vertrokken bent

naar ‘t Vredeland.

 

“Kijk eens omhoog”,

zei jij heel zacht,

“zie je daar die regenboog,

het lijkt een hemelpoort,

in al zijn pracht”.

 

“Vervolg je reis,

houd goede moed,

want op een tijd,

wanneer je

God bazuinen hoort,

mag jij ook binnengaan

door die paar’len poort”.

.