![]() |
|
|
|
Samen afscheid nemen.
Samen gingen wij op reis tot het niet meer kon, jij ging vooruit naar ’t Hemels paradijs naar onze Levensbron.
Wij namen afscheid van elkaar ik keek nog even om jij keek vooruit en zag het Licht, daar waar de eeuwigheid begon.
Los moest ik je laten, overgeven in Gods hand maar o, ik voel mij zo verlaten nu jij vertrokken bent naar ‘t Vredeland.
“Kijk eens omhoog”, zei jij heel zacht, “zie je daar die regenboog, het lijkt een hemelpoort, in al zijn pracht”.
“Vervolg je reis, houd goede moed, want op een tijd, wanneer je God bazuinen hoort, mag jij ook binnengaan door die paar’len poort”. . |