Terug

 

 

U schiep de herfst
 
U die de seizoenen schiep
aan ieder gaf zijn taak
ook de herfst tot aanzijn riep
hebt het zo wonderlijk gemaakt
 
het koren rijpte op het veld
nu wordt ‘t weer opgeslagen,
het blad tot voedsel aangesteld
dwarrelt neer in lagen
 
straks gaat de aarde rusten
dieren leggen een voorraad aan
de storm beukt soms de kusten
Heer hoe wonderlijk is dit bestaan
 
heel de schepping zal U loven
en erkennen U bent God
U bestuurt het al van boven
ook kent U ieders lot
 
stil en verwonderd zie ik aan
al die mooie najaarskleuren
alles heeft zijn eigen baan
ik ruik de najaarsgeuren.
 
Dank U Vader voor de herfst
waarin ik zoveel kleuren zie,
al lijkt het dat de aarde sterft,
U het toch weer leven biedt.