De verloren
zoon
De jongste
vroeg de vader
geef mij mijn
erfdeel maar
ik wil uw huis
verlaten
mijn koffers
staan al klaar.
De jongste ging
op reis
hij kwam veel
vrienden tegen
die vierden met
hem feest
totdat ze niets
meer kregen.
Een hongersnood
brak aan
hij moest de
schillen eten
van varkens in
een stal
nooit zal hij
dat vergeten.
Maar in zijn
vaders huis
was er nog
overvloed
ach was hij nu
maar thuis
dan was het
leven goed.
Zijn vader had
verdriet
want hij was
weggegaan
hem vergeten
kon hij niet
komt hij er
straks weer aan?.
Berouwvol kwam
hij thuis
om slechts een
knecht te zijn
hij was niet
meer de zoon
hij voelde zich
onwaardig klein
Eindelijk was
hij thuis
de vreugde was
zeer groot
slacht het
gemeste kalf
je broer is
levend en niet dood.
wees blij en
vier maar feest
wees niet
jaloers op deze dag
ben jij niet
steeds bij mij geweest
kreeg jij niet
alles wat ik had?
Wees blij en
vier maar feest
zoals God in de
hemel doet
om de verloren
zoon
die zijn Vader
weer ontmoet.