![]() |
|
|
|
Vluchteling.
Heel ver van huis had ik een thuis met vrouw en kind, maar het bewind vertelde mij je denkt niet zoals wij en dus mag jij niet vrij.
Heel ver van huis had ik geen thuis met vrouw en kind vluchtte ik voor het bewind.
En in een land kreeg ik een toegestoken hand, kom maar bij mij hier ben je vrij.
Hier kon ik huilen, lachen, spreken, het gevaar leek nu geweken. Maar na zoveel jaar dreigt weer gevaar, weg is de toegestoken hand, ga maar terug naar je vaderland!
O, vluchteling, waar is mijn barmhartigheid? Waar mijn strijd voor waarden van het leven? Waar mijn toegestoken hand gebleven? |