![]() |
|
|
|
Vogelzangen.
Aan de horizon licht het ochtendgloren, er wordt een nieuwe dag geboren.
De stilte is nog voelbaar, de ochtenddauw ligt als een sluier over ’t veld.
De eerste vogelzangen trillen door de lucht, verplaatst zich snel zoals een vlucht wilde ganzen.
Maar dan, geluiden zwellen aan, de vogels worden overstemd, de mens wordt wakker vol geluid ongeremd.
De natuur trekt zich terug, nog hier en daar hoort men een vogel zingen, ziet men een mussenpaar.
Heb oog voor al die mooie dingen en hol ze niet voorbij, God gaf de vogels een loflied om te zingen, geniet ervan, Hij gaf het ook voor jou en mij.
|