|
Was goede
vrijdag zo goed?
Het is druk in
Jeruzalem. Nog een paar dagen dan is het Pesach. Iedereen is dan blij want
ze zijn nu geen slaven meer. Heel lang geleden waren ze slaven in Egypte en
toen heeft God hen bevrijd. Alle kinderen weten dat, want dat wordt elk jaar
weer verteld.
Gedalja
verheugt zich al op die gezellige dagen. Zeven dagen lang hebben ze dan
feest.
Hun huis is aan
de buitenkant van de stad gebouwd. Zo kunnen ze heel ver kijken. Er zijn
verschillende heuvels rondom Jeruzalem en in het voorjaar begint alles zo
mooi te groeien en te bloeien, je wordt er gewoon vrolijk van.
Moeder is bezig
met de voorbereidingen voor het pesachmaal. Gelukkig hoeft hij niet mee te
helpen dat doet zijn zusje wel.
Ineens horen ze
heel veel lawaai buiten. Wat zijn de mensen aan het schreeuwen.
Wat zou er aan
de hand zijn? Gedalja rent naar zijn moeder. Ze gaan samen naar buiten en
zien in de verte een hele stoet mensen lopen. Mama zegt kom maar we gaan
naar binnen. Laten we er maar niet naar kijken. Vandaag worden er drie
mensen gekruisigd, twee moordenaars en Jezus, weet je wel die profeet die
zoveel wonderen deed. Gadalja vraag: “Maar waarom doden ze dan iemand die
een ander beter maakt? “ Moeder vindt het heel moeilijk om daar op te
antwoorden. “Nou”, zegt ze, “de hogepriesters vinden hem slecht omdat hij
zegt dat hij de Zoon van God is en daarom hebben ze gezegd dat hij dood
moet.”
“Ja, maar wij
zijn toch allemaal zonen van Jaweh?” “Ja, dat is zo”, zegt moeder, “maar dit
is anders, hij is de beloofde Messias waar de profeten al over spraken”.
“Gelooft u dat
moeder?” vraagt Gedalja. “Ja, dat geloof ik en pappa gelooft het ook”, zegt
moeder.
Gedalja gaat
naar buiten, moeder vindt het vast niet goed maar hij wil toch zien wat er
precies gebeurt.
Hij staat aan
de rand van Jeruzalem en kan de mensen zo goed zien. Het is een hele stoet
en ze schreeuwen maar, “Hij moet dood.”
De kruizen
staan inmiddels op de heuvel waar wel vaker kruisigingen plaats vinden.
Gedalja loopt de weg van richting de heuvel. Hij hoort een moordenaar
vloeken en schreeuwen. De andere moordenaar hoort hij niet en Jezus ook
niet.
Gedalja loopt
steeds verder als hij al dichtbij is wordt hij wreed door een van de
soldaten weggeduwd. “Hé, wat moet jij hier, weg wezen jij, hier hoor je
niet.”
Gedalja rent
weg maar hij laat zich niet zomaar wegsturen, hij gaat langs een weggetje
met veel struiken weer richting de kruizen.
Hij staat heel
stilletjes te kijken, hij begrijpt die mensen niet waarom doen ze dat toch.
Ineens wordt er een hand op de schouder van Gedalja gelegd. “Kom maar
Gedalja, kom we gaan naar huis, wij kunnen nu niets meer doen.” Gedalja
kijkt om en ziet zijn vader. Hij dacht dat zijn vader de stad uit was. “U
was toch de stad uit?” vraagt Gedalja. “Nee”, zegt vader “ik was naar de
hogepriesters om te vragen waarom ze Jezus willen doden maar ze zeiden dat
ik weg moest gaan anders zouden ze mij ook wel doden want dan was ik een
aanhanger van Jezus en dus ook ongelovig.” “Ik ben toen weggegaan.” Gedalja
loopt stil naast zijn vader, de bergen zijn nu niet zo mooi meer als
vanmorgen en de zon schijnt wel maar het lijkt net of hij een beetje huilt.
Gedalja heeft geen zin meer in het pesachfeest.
Als ze thuis
zijn heeft moeder het middageten klaar. Ze zullen zo gaan eten, maar dan het
wordt donker, het lijkt wel of het gaat regenen. Gedalja loopt naar buiten,
hij ziet de zon niet meer en er komen steeds meer wolken aan. Hij wordt een
beetje bang. Dit zijn geen regenwolken, wat is dit? Vader komt naast hem
staan en kijkt ook naar de lucht. Ook vader begrijpt er niets van. Zou het
een zonsverduistering zijn? Maar daar is niets over gezegd dan had hij het
al lang geweten. Het licht verdwijnt helemaal. Nu is het pikdonker. Ze gaan
naar binnen. Gedalja rilt hij vindt het eng. Moeder steekt kaarsen aan, zij
begrijpt er ook niets van. Gedalja denkt hoe zou het met Jezus zijn?
Na drie lange
uren begint het weer licht te worden. De mensen komen allemaal naar buiten,
niemand begrijpt wat er aan de hand is.
Kijk daar komt
iemand aangerend. Het is Hananja de buurman. Ook hij was tegen de kruisiging
van Jezus. Hij is de hele tijd bij het kruis geweest.
Hananja vertelt
dat Jezus nu gestorven is. Ook vertelt hij wat Jezus allemaal nog gezegd
heeft. Hoe hij riep dat hij dorst had. Hoe hij riep: “Mijn God, mijn God
waarom hebt U mij verlaten” waarna hij zijn hoofd liet zakken. “Toen begreep
ik”, zegt Hananja “dat hij gestorven was.”
Later begrepen
ze dat Jezus moest sterven en hoorden ze dat Hij ook weer opgestaan was.
Was goede
vrijdag goed? “Ja” zegt Hananja, “goede vrijdag was goed voor ons want als
Jezus niet gestorven was zouden wij nooit meer kinderen van God kunnen
zijn.”
“Dank U Here
Jezus dat U voor ons gestorven bent.
Dat U weer
opgestaan bent, dat er veel mensen bij geweest zijn die ons alles konden
vertellen.
Dank U dat wij
door U lief te hebben en te geloven wat U gedaan hebt straks bij U in de
hemel mogen wonen en later op een nieuwe aarde”.
|