Gedichten, liederen, meditaties voor jong en oud van Ina van der Welle-Boersma

Ina van der Welle

Tessie van het Hoekje

Hoofdstuk 1

Mevrouw van der Molen

Tessie kom je vlug eten het is al 12 uur en je moet zo weer naar school. Tessie komt eraan geslenterd. Ze heeft geen zin in brood. Altijd maar brood tussen de middag en nooit eens wat lekkers erbij. Tessie zegt: “Mam de andere kinderen van school krijgen……..”. “Ja, stop maar Tessie, ik weet het al, je hoeft het niet meer te zeggen , dat heb ik al zo vaak gehoord., maar jij woont hier en niet bij de andere kinderen . Je weet best dat ik daar niet van houd en trouwens waar moet ik het van betalen?”.. “Oké ik ben al weer stil”, zegt Tessie.
Johan, Jaap en Marga zitten al aan tafel. “Ja hoor, Tess is weer de laatste,” zegt Johan. “Nu is het genoeg geweest, we moeten vlug eten anders komen jullie te laat op school”. Nadat moeder gebeden heeft eet iedereen zijn boterhammen en staan ze om kwart voor één weer op straat. Vanmiddag hebben ze gym en dat vindt Tessie wel leuk, hoeft ze tenminste niets te leren. Eigenlijk ben ik best wel een mopperpot denkt Tess, maar ik laat niet merken dat ik het zelf wel weet, nou ja wie zou er niet een keer mopperen? Als Tesssie op school is, is ze alles allang weer vergeten. Als de bel gaat moeten ze gelijk hun gymkleren pakken.. “Vandaag gaan we voetballen op het veld buiten” zegt de meester. Natuurlijk zijn de jongens door het dolle heen, ook een paar meisjes vinden het prachtig, die zitten in hun vrije tijd ook op een voetbalclub. Tessie vindt het niet zo leuk, zij had liever ringen gehad in de gym. zaal. Ringen, daar kun je je pas in uitleven vindt Tess, dan kun je tenminste allerlei kunstjes doen. Nou ja, het is mooi weer, we zijn dan in elk geval buiten en ik laat de anderen wel rennen denkt Tess.
‘s Middags om drie uur gaat de bel. Het is tijd, nu mogen ze naar huis. Heerlijk buiten spelen, een hutje bouwen of misschien een eind fietsen, dat is ook wel leuk. Als Tessie uit school thuis komt treft ze niemand aan. Dat vindt ze een beetje vreemd, moeder is er altijd, waar zou ze zijn. “Mam, mam ik ben thuis, waar bent u”, roept Tessie Als ze juist weer heel hard wil gaan roepen, ziet ze moeder aan komen rijden met de auto.. Moeder werkt in het ziekenhuis als Tessie naar school is. Ze kan het zo regelen dat ze weer thuis is als de kinderen uit school komen. Johan en Jaap gaan naar het voortgezet onderwijs .Vandaag helpen ze in de supermarkt van van Dommelen . Ze hebben vrij van school en dus gaan ze een zakcentje verdienen. Marga is met een vriendinnetje mee naar huis gegaan. Tessie is blij als ze haar moeder aan ziet komen. Maar moeder kijkt wel een beetje bezorgd. “Is er iets mam?” vraagt Tess. “Nou, ja en nee”. “Wat is het nu, ja of nee, allebei kan natuurlijk niet” “Ik ga eerst een kopje thee zetten en dan vertel ik het je wel”. Rustig wacht Tessie af. De anders zo drukke Tessie wordt een beetje ongerust. Zou er iets vervelends gebeurd zijn in het ziekenhuis misschien is er wel een aardige mevrouw heel erg ziek geworden of misschien wel overleden. Mam vindt dat altijd heel erg naar. Wennen doe je er nooit aan zegt mam, maar je moet het wel van je afzetten Als moeder klaar is zegt ze tegen Tessie: “Ga nu eens even rustig zitten, ik moet je iets vertellen.” “Ik was vanmorgen bij een mevrouw die ziek binnen gebracht werd. Zij had een beroerte gehad. Weet je wat dat is”? Nou Tess heeft er wel eens iets over gehoord, maar precies weet ze het niet “Om het maar eenvoudig te zeggen”, zegt moeder “ bij een beroerte knapt er een adertje in de hersenen of een adertje zit verstopt door een bloedpropje. Als dat gebeurt kan een gedeelte van de hersenen geen bloed meer krijgen en dus afsterven.” Die mevrouw dus, is in een kamertje apart gelegd en ik ben bij haar gebleven. Toen ze een beetje bijkwam riep ze steeds iets, maar ik kon het niet verstaan. Omdat het een alleenstaande mevrouw is die alleen een achterneef heeft konden we de familie ook niet vragen wat ze bedoelde. Toen hebben we de buren maar gebeld. Meneer van Wijk, de buurman is naar het ziekenhuis gekomen om te horen wat mevrouw van der Molen, of tante Miep, zoals ze genoemd wordt, zei. Volgens meneer van Wijk leek het verdacht veel op de naam van haar hond. Toen hij vroeg of ze Josje bedoelde deed ze haar ogen open en dicht, alsof ze wilde zeggen, jij begrijpt me. Meneer van Wijk beloofde naar haar hond te zullen kijken en haar eten en drinken te geven. Toen ging tante Miep rustig slapen. Na een uur belde meneer van Wijk mij op . Hij had een groot probleem. Hij was bij de hond van tante Miep geweest en tot zijn grote verbazing had Josje drie jongen gekregen. Wat moest hij nu doen? Josje kon zo niet alleen zijn en hij kon ze niet in huis nemen want zij vrouw was allergisch voor honden. Hij vroeg of ik een oplossing had. En nu zit ik dus met een probleem. Natuurlijk wil ik best helpen, maar je weet dat papa geen hond in huis wil en als we willen helpen zal Josje bij ons in huis moeten komen. Daar zit ik nu steeds over na te denken. “Maar mam”, zei Tess dat is toch niet zo’n probleem. Josje komt bij ons en wij, ik bedoel Johan, Jaap en ik zorgen voor haar. Als wij dat goed afspreken moet dat toch kunnen”? Ja dat denkt moeder ook wel maar zou pappa het daar ook mee eens zijn? Stel je voor dat Josje ‘s nachts ligt te blaffen of te janken omdat ze heimwee heeft . Pappa heeft een drukke kantoorbaan, die moet de volgende dag weer fit zijn en hij is vaak bij het geringste geluidje al wakker. “We zullen het vanavond met z’n allen eens gaan bespreken”, zegt moeder en daar blijft het dan voorlopig bij. Nadat Tessie haar drinken opgedronken heeft gaat ze lekker buiten spelen en vergeet de hele toestand van Josje.
Om 5 uur komt vader thuis. Tessie ziet hem aan komen fietsen. Pappa zit in een kleine stad 10 km van hun dorp op kantoor. Pappa fietst elke dag heen en terug naar kantoor. Dat vindt Tessie best knap. Zo’n eind fietsen en dan nog werken ook! Maar pappa houdt van fietsen. In de vakantie gaan ze ook altijd veel fietsen. Pappa zegt dat het gezond is en je wordt er nog sterk van ook. Mama vindt het ook wel leuk, maar ze gaat toch liever met de auto naar het ziekenhuis. Nu moet ze ineens weer denken aan wat mamma vanmiddag met haar heeft besproken. Vanavond zouden ze er met z’n allen over praten. Zal zij het alvast aan pappa vragen? Als ze thuis komt kijkt ze moeder aan alsof ze vragen wil mag ik het zeggen? Moeder schudt haar hoofd. Ze wil er liever zelf over beginnen maar dan wel na het eten als Marga al naar bed is. Vandaag is het dinsdag en gelukkig hoeft niemand ergens heen. De andere dagen van de week moet er altijd wel iemand weg ‘s avonds. Naar een vergadering, een vereniging of naar gym. Maar vandaag is het rustig. Tessie vindt dat het eten vanavond maar niet opschiet iedereen heeft wat te vertellen en ze vraagt zich af of ze altijd zo veel te vertellen hebben. Eindelijk na het bijbellezen en danken kunnen ze de boel op gaan ruimen en afwassen. Als het 8 uur is zit iedereen in de kamer en Marga ligt al in haar bedje te slapen. Tessie kan het nu echt niet meer volhouden. Ze moet iets zeggen. “Zeg pap,” begint Tessie “mam wil u iets vragen”. Pappa kijkt op van z’n krant. “En jullie”, gaat Tessie verder tegen Johan en Jaap, “moeten ook goed luisteren”. Johan zit achter de computer en heeft helemaal geen zin in luisteren. Als moeder begint te vertellen komt Johan er toch bij zitten . Johan wil zo graag een hond hebben, maar pappa heeft het steeds tegengehouden. Nadat moeder haar verhaal verteld heeft blijft het doodstil. “Tja”, zegt pappa na een poosje, “jullie weten hoe ik erover denk hè”. Dan beginnen ze allemaal door elkaar te praten. “Maar dit is toch heel anders”, zegt Tessie, “U zegt zelf altijd dat we de mensen moeten helpen, is dat nu niet zo?” Wat moet vader daar op antwoorden. Het is waar wat Tessie zegt, maar is er geen andere oplossing? “Ik wil er eerst nog een nachtje over slapen oké? Dan moeten jullie me nu ook niet meer proberen om te praten, want dat helpt niet. Daar gaat iedereen mee akkoord.

De volgende morgen is Tessie al vroeg wakker. Het is pas 6 uur maar ze hoort de vogels al fluiten. Zal ze van bed gaan en pappa en mama een boterham op bed brengen, dan kan ze gelijk vragen of pappa al een beslissing genomen heeft. Ze doet het en met een geroosterd broodje en een kopje thee maakt ze pappa en mama wakker. “He, wat, heb ik me verslapen?” zegt mama en ze kijkt op de wekker, maar ziet dat het pas half zeven is. “Tessie wat doe jij zo vroeg uit je bed”? “Nou mooi hoor, wil ik jullie ontbijt op bed brengen en dan krijg ik moppers”. Nou nee dat is de bedoeling niet. Mama vindt het wel heel lief, maar het is nog zo vroeg. Pappa is inmiddels ook wakker geworden hij kijkt eens naar Tessie en begint heel hard te lachen. Wat goed van je Tess, dat je zo vroeg op kunt staan en dan ons ook nog verwennen, waar hebben we dat aan te danken? “Nou eh, ja ziet u “, zegt ze “ik kon niet meer slapen en toen hoorde ik de vogels en toen dacht ik aan Josje…..’. “Wat heeft Josje nou met de vogels te maken, dat begrijp ik niet”. “Nou het zijn toch allebei dieren?” “Ja, dat is zo’’, zegt moeder ” maar wel heel verschillende dieren”. “Pappa “ zegt Tessie aarzelend, ” heeft u al een besluit genomen?” “Waarover, of ik al van bed ga, nee hoor ik ben nog veel te slaperig”. Hè, wat flauw doet pappa nou weer, hij weet best wat ik bedoel denkt Tessie, pappa kan soms toch zo plagen. “ Nou”, zegt pappa na een poosje, “dat bedoel je vast niet.” “ Of ik al een besluit genomen heb? Ja en het antwoord is ook ja”
“Hoera, hoera,” roept Tessie zodat bijna iedereen wakker wordt. Pappa roept Tess tot de orde. “Nu eerst maar eens luisteren Tess, voor je begint te juichen. We zullen een tijdje voor Josje en haar jongen zorgen maar er zijn wel een paar voorwaarden aan verbonden. Ik heb er gisteren met mama over gesproken en we zijn het met elkaar eens geworden . Als er aan die voorwaarden voldaan wordt, mag het wat mij betreft. Maar ga je nu eerst maar aankleden, we praten straks wel verder. Voor ze zich gaat aankleden, gaat Tessie bij iedereen langs om het nieuws te vertellen. Marga begrijpt er helemaal niets van “ Krijgen wij vier honden”, zegt ze “waarom dan?”. Tessie vertelt haar wat er allemaal gebeurd is. Maar Marga luistert maar half want ze is nog zo slaperig.

Hoofdstuk 2

Josje komt logeren

Om half acht zit iedereen aan tafel. Pappa en mama hoeven eigenlijk niet meer te eten, maar dat geeft niet. Mama moet vanmorgen vroeg weg want het is vrijdag en dan is ze de hele dag in het ziekenhuis Pappa komt vanmiddag al weer vroeg thuis. Hij heeft op vrijdagmiddag altijd vrij. “Wel” zegt mama  “jullie hebben inmiddels al begrepen dat Josje bij ons mag komen. Nu de voorwaarden nog: “In de eerste plaats moet mevrouw van der Molen het er natuurlijk wel mee eens zijn. Verder hebben we besloten dat de logeerpartij niet langer mag duren dan een half jaar. Als mevrouw van der Molen dan nog niet beter is zullen we een andere oplossing zoeken  Jullie, Johan,  Jaap en Tessie, moeten Josje om de beurt uitlaten, want er moet natuurlijk wel met een hond gewandeld worden, dat begrijp je wel. Ook als het regent moet Josje uitgelaten worden. Als mevrouw van der Molen het er mee eens is zullen we voor de jonge hondjes, zodra ze groot genoeg zijn een nieuw baasje zoeken. Ik schrijf dit allemaal op een papier en als jullie het er mee eens zijn moeten jullie je naam eronder zetten” .” “Dat heet een overeenkomst,” zegt mama, “daar moeten jullie je aan houden.” Tessie vindt het wel een gedoe, wat een onzin, maar ze zegt toch maar niks anders gaat het straks niet door. Tessie zit wat dromerig in de klas voor zich uit te staren . Ze hebben geschiedenis. De meester vertelt een verhaal over Willem van Oranje  “Zeg Tessie, weet jij door wie Willem van Oranje is doodgeschoten?” Werd haar naam genoemd?  Ze kijkt de meester aan. “Nou Tessie, zeg het maar, je weet het vast wel.” Dan komt het hoge woord eruit.  “Ik heb niet gehoord wat u vroeg meester.” Ze krijgt een rode kleur. “Zo was je weer eens ver weg met je gedachten? Anne geef jij het antwoord maar, dan mag Tessie zeggen wat de vraag was”….. Baltazar Gerards meester. Ja nu weet Tessie de vraag ook wel. “Wie heeft Willem van Oranje doodgeschoten”, dat is niet zo moeilijk. Ze zal in het vervolg toch maar beter opletten want anders ….

De dag duurt lang op school.  ‘s Avonds als moeder thuis komt vertelt ze dat het met mevrouw van der Molen al een stuk beter gaat, maar ze mag nog lang niet naar huis. Ze zal nog wel een paar maanden naar een revalidatiecentrum moeten om haar linker arm en haar linker been weer beter te kunnen gebruiken. “Ik heb met mevrouw van der Molen gesproken,” zegt moeder.” Ze was erg verrast dat Josje nu al jongen had gekregen. Toen ik haar vertelde van onze plannen begon ze bijna te huilen”. “Wilt u dat voor mij doe?” vroeg ze, “Dat kan ik bijna niet begrijpen, maar ik zou het wel heel erg fijn vinden.” Ik heb haar verteld dat jullie het wel heel leuk vonden om voor Josje en haar jongen te zorgen.      Diezelfde avond belt pappa buurman van Wijk op of ze de volgende dag Josje en haar jongen kunnen halen.

Als ze er  ‘s morgens om tien uur komen  is buurman van Wijk in het huis van mevrouw van der Molen. Josje ligt met z’n jongen in een grote mand. Als zij al die mensen ziet begint ze te grommen. Wat willen ze, mijn   jongen weghalen ? En waar is mijn baasje? Zij begrijpt er niets van  Meneer van Wijk begin met haar te praten. “Beste hond hoor! We doen je niks , we komen je alleen maar helpen.” Vader loop rustig naar Josje toe en gaat op z’n knieën bij haar zitten   Hij heeft een groot stuk worst meegenomen  en dat vindt ze wel lekker. Nu komen ook  Johan  Jaap en Tessie erbij.  Ze aaien Josje en die  vindt het goed. Ze begint de hand van Johan te likken. Dat is een goed teken,” zegt vader,” dan vertrouwt ze je.” Meneer van Wijk roept Josje naar de kamer. Daar krijgt ze wat melk met water te drinken. Pappa kan de mand nu in de auto zetten en Johan, Jaap en Tessie pakken alle drie een jong hondje mee naar de auto Als de mand in de auto staat leggen ze de jongen er weer in. Meneer van Wijk komt met Josje aangelopen. Josje hoort zijn jongen piepen en springt dan vlug in z’n mand. Johan en Jaap gaan elk aan een kant van de mand zitten.  Het zit wel een beetje krap, maar het is gelukkig niet zo ver.                                                                                              Als ze thuis komen staat Marga al te dansen op de stoep. “We krijgen hondjes….we krijgen hondjes”, roept ze. “Ho, ho ‘, zegt mama  “er komen hondjes logeren, ze gaan ook weer weg hoor!” Maar dat wil Marga niet  horen.

Moeder lokt Josje weer met een stuk worst naar zich toe. Als ze uit de auto is gesprongen, pakt pappa snel de mand en zoekt een mooi plekje waar hij die neer kan zetten. Dat valt niet mee want het moet er niet te druk zijn. Achter in de kamer naast een grote kast is juist plaats genoeg om de mand neer te zetten. Het is eigenlijk het speelgoedhoekje van Marga, maar dat speelgoed kan net zo goed ergens anders liggen. Josje komt de kamer binnen en duikt direct weer in haar mand bij de jongen. Ze begint ze hevig te likken en de jongen gaan lekker liggen drinken. Allen staan ze voor de mand te kijken. Wat een lief gezicht, die kleine hondjes. Tessie zegt : “Pap vindt u honden nou niet lief”. Papa begint te lachen, “Wat bedoel je daarmee?” “Nou u was toch altijd zo tegen honden en het valt best mee hoor!” “Ja meisje wacht maar tot ze vannacht gaan liggen janken of blaffen. Maar nu moeten we Josje met rust laten, dan kan ze goed wennen aan haar nieuwe omgeving”.  Het is al laat in de middag als Johan van zijn kamer naar beneden komt. Hij heeft het druk gehad. Hij moest twee repetities leren voor maandag  maar nu is hij klaar. ”Mam zal ik met Josje gaan wandelen? Ze moet er nodig uit.” “Ja dat is een goed idee, het is al bijna half vijf en dan moet ze uitgelaten worden.” Als Johan met de riem aan komt lopen springt Josje al uit haar mand. Nu weet ze wel hoe laat het is. Een eindje wandelen daar heeft ze wel zin in.

De dagen gaan snel voorbij en mevrouw van der Molen gaat goed vooruit. Ze kan al weer lopen en met haar linker arm gaat het ook al een stuk beter. Alleen het praten gaat nog een beetje moeilijk, maar dat komt ook wel weer  goed zegt de dokter. Ze mag waarschijnlijk over een paar weken al  naar huis. Josje kan dan nog niet meteen bij haar komen. De jonge hondjes dollen al door de kamer en als er niemand thuis is moeten ze in de schuur. Vader zal deze week een advertentie in de krant zetten om de jonge hondjes te verkopen. Moeder heeft een foto van Josje met haar jongen gemaakt want vanmiddag gaan Tessie, Marga en moeder bij mevrouw van der Molen op bezoek.

Hoofdstuk3

Reksie krijgt een nieuw baasje

Om half drie rijden ze naar het revalidatiecentrum waar mevrouw van der Molen nog logeert. Tessie heeft een doos bonbons voor haar meegenomen en Marga mag de bloemen geven. Het is best wel spannend want ze hebben mevrouw van der Molen nog nooit gezien. Als ze naar binnen stappen komt er een statige dame op hen af. Ze loopt een beetje moeilijk. Zou dat mevrouw van der Molen zijn?                                                                                                                                           “Dag mevrouw van der Molen , stond u al op ons te wachten?” “Dag Hilda, fijn dat je er bent en dit zijn jouw dochters waar je me over verteld hebt?”   “ Wat leuk dat jullie ook meegekomen zijn.” “En hoe is het met Josje?” “Nou heel goed hoor,” zegt Tessie “we zullen haar best wel missen als ze weer naar u terug moet.”  Ze gaan naar de kamer van mevrouw van der Molen. “Hebben jullie zin in een kopje thee?” Ja dat lusten ze wel. Mevrouw van der Molen drukt op een bel en even later komt er een meisje binnenlopen. “We willen graag een kopje thee”, zegt mevrouw van der Molen. Het wordt een hele gezellige middag . Ze praten overal over. Tessie vertelt veel over Josje en haar jongen. Mevrouw van der Molen is heel erg blij met de foto. Nu kan ze Josje elke dag zien. Ze merkt wel dat de familie van Laar erg veel van Josje houden. Dat is ook wel te begrijpen want het is een hele lieve hond.                                                                                   Als ze bijna naar huis gaan zegt mevrouw van der Molen: “Ik wil je nog iets vragen Hilda.” Hoe zou jij het vinden als ik de kinderen een jong hondje gaf?” Heeft Tessie het goed verstaan?  Zij een jong hondje, zouden zij een jong van Josje mogen hebben? Ik zou het heel fijn vinden”, zegt moeder,” maar ik moet het toch eerst nog even met Eg overleggen”. Moeder zegt altijd Eg tegen pappa. Hij heet Egbert maar dat vindt ze veel te lang. “Ik denk wel dat Eg het ook goed vindt , want die is helemaal van gedachten veranderd sinds wij Josje in huis hebben.”  Als ze naar huis gaan, gaan ze eerst nog even langs de supermarkt. “We gaan patat eten “, zegt mamma. “Ik denk dat jullie dat niet erg vinden”. Nou  dat hoeft mamma geen twee maal te zeggen. Patat heerlijk!

Onder het eten vertelt mamma wat mevrouw van der Molen gevraagd heeft. “Nou ja,” zegt pappa , “Ik heb net een advertentie in de krant gezet, maar ik vindt het prima hoor!” “We zijn nu toch al gewend aan een hond. Wel moeten we straks gelijk een jong uitzoeken, anders komen er morgen misschien mensen die ons hondje mee willen nemen.” “En we moeten ook nog een naam bedenken”, zegt Jaap. Iedereen heeft zijn keus al gemaakt. Hoewel ze allemaal lief zijn is er een bij die er zo grappig uitziet! Hij heeft een bruin lijfje en twee zwarte oortjes en een zwart puntje aan zijn staartje. Nu moeten ze nog een naam bedenken. Er volgt een hele rij namen: Dollie, Mopsie, Selma en nog veel meer. Het is toch wel moeilijk om een mooie naam te vinden. Marga zegt ik vind Reksie een mooie naam , want hij rekt zich steeds uit. Ze zijn het er allemaal over eens dat Marga een grappige naam bedacht heeft die precies bij hem past.. Reksie wordt uit de mand getild en geknuffeld. Dag Reksie, jij bent nu van ons en je mag altijd bij ons blijven. De volgende morgen lijkt het een stralende dag te worden. De zon staat al als een grote oranje bal aan de hemel en de vogels zingen hun mooiste lied. Beneden in de kamer is het een drukte van belang. Moeder Josje is haar jongen al aan het wassen terwijl ze hun buikjes vol drinken. Dit wordt een vrolijke dag denkt moeder Josje. Misschien mogen we vandaag wel samen buiten spelen.    Tessie heeft zich inmiddels aangekleed en rent naar beneden. Zij is niet de eerste want vader en moeder zitten al aan tafel een kopje koffie te drinken .”Goeie morgen druktemaker”, zegt vader, “wat ben je al weer vroeg wakker”. Ja Tessie heeft geen last  van een ochtendhumeur. “Goeie  morgen allemaal”, zegt Tessie, “zal ik Josje eerst even uitlaten en dan kunnen Reksie en de andere hondjes ook even naar buiten”. Josje spitst haar oren, hoort ik het  goed , daar komt het vrouwtje aan die gaat vast met me wandelen denkt ze. Tessie laat de jonge hondjes naar buiten en neemt Josje mee. Hij is erg uitgelaten., dat komt vast omdat de zon al schijnt denkt Tessie. Tessie pakt de riem en maakt Josje vast. De kleine hondjes beginnen een beetje te janken. Zijn ze bang nu hun moeder weggaat? Nou dat hoeft niet hoor want ze komt zo weer terug. Tessie rent met Josje de straat over. Josje springt wild naast haar , zij trekt  hard aan de riem, zodat Tessie bijna omver getrokken wordt. “Rustig Josje zo snel kan ik nu ook weer niet. Josje weet wel waar zij heengaan. Nog een klein eindje lopen dan zijn ze bij het bos en daar is een veld waar ze heerlijk los mag lopen. Dat is vaak dolle pret, want dan kan ze met een stok spelen die Tessie weggooit. Ook mag ze dan een duik in de vijver nemen, die is er speciaal voor honden zoals zij. Per slot van rekening is zij een deftige hond en ze is nog moeder ook. Nou dan mag je toch wel verwend worden? Tessie is blij als ze bij het wandelveld aankomen. Nu kan ze tenminste even rusten. Josje loopt ook zo hard en alleen lopen mag ze niet, op straat moet ze aan de riem. Maar nu op het wandelveld mag ze alleen lopen. Toch mooi dat ze dat voor de honden gemaakt hebben.                                     Het is nog vroeg en daarom zijn er niet zo veel honden. Er loopt alleen een oude meneer met een klein hondje. Het lijkt wel of dat hondje net zo oud is als die meneer want hij loopt net zo langzaam. Tessie pakt een tak en gooit die heel ver weg. Zo nu kan Josje even los rennen. Maar al gauw komt ze met de stok terug en legt hem voor Tessie neer. Ze begint wild te blaffen dat betekent: “Gooi hem nog es weg Tessie, ik vind dit een leuk spelletje”.                                                          Als ze uit gedold is drinkt ze wat water uit de vijver. Ze blaft tegen de eenden die nieuwsgierig dicht bij haar komen. Wil je met me spelen betekend dat, ik kom er al aan hoor. Ze neemt zo een duik in het water. Dan roept Tessie Josje terug. Schoorvoetend komt ze bij Tessie.  Ze weet wel dat ze niet achter de eenden aan mag , maar het is zo’n leuk spelletje! Als Josje bij Tessie is schudt ze zich eens flink uit. De spetters vliegen Tessie om de oren. “Bah, vervelende hond,” zegt Tessie, “dat doe je nou altijd, dat vind ik niet leuk”. Tessie maakt Josje weer vast aan de riem en ze lopen rustig naar huis

Hoofdstuk 4

Reksie loopt weg

Als Tessie en Josje thuis komen lopen de jonge hondjes in de tuin te spelen en te blaffen. Gelukkig hebben ze achter hun huis genoeg ruimte voor de jonge hondjes. Josje rent snel naar haar jongen en begint ze hevig te likken. Het lijkt wel of ze heel lang weg geweest is. De jongen willen weer bij Josje gaan drinken, maar dat mag niet want ze zijn al groot genoeg om zelf te eten. Ressie vult de etensbakken en loopt de kamer binnen. Iedereen is inmiddels beneden en ze gaan samen eten. Op zaterdag mogen ze uitslapen maar de zon heeft schijnbaar iedereen uit bed gelokt.

Na het eten hebben ze allemaal wel wat te doen. Jaap en Johan moeten om 11 uur in de supermarkt zijn. Ze kunnen voor die tijd nog even met hun vader mee om hout te halen. Vader wil een hondenhok voor Reksie maken. Dan kan hij straks als hij buiten speelt en moe is in zijn eigen hok gaan liggen slapen. Moeder gaat met Tessie en Marga naar Koudhoven, de dichtstbijzijnde grote stad. Moeder wil nog wat nieuwe keren voor hen kopen. Ze gaan met de trein want pappa moet de auto gebruiken. Met de trein vindt Tessie veel leuker want dat doen ze niet zo vaak. Meestal gaan ze met de auto weg. Het leuke van treinreizen vindt Tessie, dat er zoveel verschillende mensen in de trein zitten en er zijn altijd wel een paar mensen bij die een praatje met haar willen maken. Zo ook deze keer. Er zit een mevrouw bij hen in de coupe die naar Tessie lacht. “Vind je het leuk in de trein?”, vraagt ze. Zij gaat naar haar kinderen. Haar oudste kleindochter, Janneke is jarig en nu gaat ze er een dagje heen. Ze vertelt dat Janneke net zo oud is als Tessie. het duurt niet zo lang dan stapt de “Janneke-mevrouw” uit de trein en komen er een meneer en mevrouw met een kleine baby bij hen zitten. De baby huilt. Ze heeft honger en krijgt de fles van haar vader. De trein stopt nog 4 keer en dan zijn ze er.

Thuis is iedereen ook druk in de weer. Pappa, Jaap en Johan hebben inmiddels hout, spijkers en al het andere wat ze nodig hebben, opgehaald. Pappa had al een tekening gemaakt maar tekenen is toch wel iets anders dan timmeren. Vader is druk aan het timmeren en merkt niet dat er een meneer aan komt lopen. De meneer staat al achter vader en tikt hem op de schouder.  “Goei morgen”, zegt hij. Vader schrikt. De meneer moet lachen. “zo druk bezig?”  Nu ziet vader dag er ook nog twee kinderen bij zijn. “Goede morgen, ja ik ben een hondenhok aan het maken, maar het is niet mijn dagelijks werk en dan valt het niet mee.” De meneer kijkt naar vaders werk. Nee het is niet helemaal goed. Hij geeft vader een paar aanwijzingen en zegt dan waarvoor hij komt. “U had een advertentie in de krant, u heeft jonge hondjes?”, vraagt hij. Ja ze mogen wel even meekomen dan kunnen ze de hondjes zien. Josje begint te grommen als ze die vreemde mensen ziet. Zou zij het merken dat ze voor haar jongen komen? Vader aait Josje en neemt haar mee naar de kamer. Nu kunnen ze rustig de jonge hondjes bekijken. De jongens knielen bij de mand neer en beginnen de hondjes te aaien. “Wat een leuke hondjes”, zeggen ze. “Hebben ze al een naam?” ”Nee, die mogen jullie zelf bedenken, behalve het hondje met de zwarte oortjes, die heet Reksie, die mogen jullie niet hebben want die houden wij zelf.” “Maar jullie hebben toch al een hond”, zegt de ene jongen. Dan legt pappa uit dat Josje bij hen logeert en dat ze straks weer naar huis gaat. “We willen graag een vrouwtje”, zegt de meneer. Dan hebben ze niet veel keus want er is maar 1 vrouwtje bij, de andere twee zijn mannetjes. Vader pakt het jonge hondje op en geeft haar aan de meneer. Het hondje begint zachtjes te janken. “Ze is een beetje bang”, zegt vader. “maar dat zal wel snel over zijn als jullie goed voor haar zorgen en haar voorlopig niet teveel alleen laten.” “Nou meneer”, zegt één van de jongens, “we zullen echt heel goed voor haar zorgen, we hebben al een mandje en een speelgoedje gekocht en ook al eten.” Nadat vader nog het één en ander over de hondjes verteld heeft gaan ze met het jonge hondje weg.

Josje wordt weer bij zijn jongen gelaten en pappa gaat verder met het timmeren van de hondenhok. Hij laat de schuurdeur open zodat de hondjes buiten kunnen spelen. Weglopen kunnen ze niet want de tuin wordt omlijst door een schutting en een hoge heg. Josje gaat in de schaduw liggen. Het begint al warm te worden. De kleine hondjes hebben er geen last van. Ze hebben zoveel nieuwe dingen te zien. Reksie springt achter een vlinder aan maar hij krijgt de vlinder niet te pakken. Dan gaat hij zijn broertje maar eens bijten, misschien wil die wel weer met hem spelen. Even later wordt er gebeld. Een meneer wil weten of er nog jonge hondjes zijn en wat voor ras het is. Vader geeft antwoord en de meneer besluit deze toch maar niet te nemen. Daar is vader wel blij mee want zo te horen is het een handelaar. Liever heeft vader dat de hondjes naar een gewoon gezin gaan. Als er later nog door een mevrouw gebeld wordt, die besluit even langs te komen, krijgt ook het tweede hondje een goed tehuis. Vader schiet al mooi op met zijn hondenhok. Tegen de tijd dat iedereen thuis komt is hij klaar. Nu nog een likje verf en dan kan Reksie er in. Het is al laat in de middag als vader bij Josje en Reksie gaat kijken. Hij zal ze even wat schoon water en eten geven. Josje ligt rustig te slapen in de schaduw maar Reksie ziet hij nergens. Reksiiiieee roept vader. Zou hij al naar zijn naam luisteren? Maar hoe vader ook roept, Reksie komt niet. Hoe kan dat nou, alles is achter het huis afgesloten, hij kán niet weg zijn. Dan ziet vader een klein gat in de heg. Daar moet hij wel door gekropen zijn. Als hij maar geen ongeluk krijgt. Vader is nog aan het zoeken als de anderen thuis komen. Moeder hoort het slechte nieuws en Tessie begint te huilen. “Straks komt Reksie nooit meer terug”, zegt ze, “en de andere hondjes zijn ook al weg.”  Josje is wakker geworden en loopt onrustig heen en weer. “Hij loopt zijn jongen te zoeken”, zegt moeder. De middag verstrijkt en het wordt asl avond. Nog is Reksie niet terug. Ze vragen bij de buren of die Reksie misschien gezien hebben. De buren hem niet gezien maar ze willen wel mee helpen zoeken. Het is al 9 uur als één van de buurjongens met een vies klein hondje aan komt lopen. Het is bijna niet meer te zien maar het is Reksie wel. Hij zat in een vieze sloot en kom er niet meer uit komen Hij heeft allemaal olie aan zijn vachtje. Dat zal nog een hele klus worden om hem schoon te krijgen. Vader begrijpt niet hoe die olie in de sloot kan komen. Dat zal hij toch maar eens doorgeven aan de politie. Olie vervuilt de grond en dat is toch wel heel slecht voor al die mooie planten die daar groeien en de kikkers gaan er dood aan. Ze zijn allemaal dolgelukkig dat Reksie weer thuis is. Tessie wil de buurjongen wel om de hals vliegen maar dat durft ze toch niet goed. Vader belt de dierenarts op en vertelt hem het hele verhaal. Het lijkt de dierenarts beter dat Reksie even langs komt, dan kan hij hem onderzoeken of alles goed is. Tegelijk kan hij hem goed schoon maken. Hij heeft daar speciale lotion voor, dan is Reksie zo weer schoon.Vader gaat samen met Jaap en Reksie naar de dierenarts. Jaap heeft Reksie in een oude deken gewikkeld, dan wordt Jaap niet vies en Reksie blijft lekker warm.

Als ze bij de dierenkliniek komen staat de dierenarts al te wachten. “Tjonge jonge wat een vies hondje”, zegt hij, “we zullen weer een heel mooi hondje van hem maken.” Eerst onderzoekt de dierenarts Reksie of hij ook nog ergens een wond heeft of misschien iets gebroken. Gelukkig valt dat mee. Nu begint het gepoets. Dat vindt Reksie niet leuk. Het duurt een hele tijd voordat alle smeer van zijn vachtje is. Het wil er niet helemaal af maar dat is niet zo erg, de dierenarts knipt nog een paar plukken haar weg, dat groeit wel weer aan. Vader krijgt nog tabletjes mee voor als Reksie misschien iets van die troep binnen gekregen heeft. De dierenarts vraagt nog het één en ander over Reksie dan kan hij het gelijk in de computer zetten. Als ze weer langs komen kan hij zo zien wat er met Reksie gebeurd is. Hij kent Reksie al een beetje want Reksie en de andere hondjes zijn hier al al eerder bij hem geweest om te kijken of ze allemaal gezond waren en toen hebben ze ook een spuitje tegen ziektes gekregen.

Na een uur zijn vader en Jaap weer thuis met een schone Reksie. Tessie ligt inmiddels in bed. Moeder gaat even naar haar toe om te vertellen dat Reksie weer schoon thuis is. Tessie wil Reksie nog graag even zien maar het is al erg laat. “Nou vooruit dan maar, heel even en dan snel weer naar bed”, zegt moeder. Tessie valt in een onrustige slaap. Ze droomt over Reksie. Ze wil Reksie helpen maar kan niet bij hem komen. Midden in de nacht schrikt Tessie wakker. Iedereen is al naar bed en het is stil in huis. Josje en Reksie slapen ook. Ze wil Reksie nog zo graag even zien maar dat mag niet meer. Zal ze toch even naar beneden gaan? Ze luistert nog eens. Is iedereen al naar bed? Ze gaat uit bed en sluit heel zacht naar beneden. Ze kijkt in de kamer maar het is donker. Haar ogen zijn nog niet zo gewend aan het duister. Dan voelt ze iets nats aan haar hand. Josje komt haar even dag zeggen. Net of hij zeggen wil, alles is nou goed, je kunt rustig gaan slapen. Als Tessie weer in haar bed ligt valt ze snel in een diepe slaap.

In de woestijn van mijn bestaan(40-dagen tijd)

In de woestijn van mijn bestaan

Mijn weg ligt Here open voor uw ogen
voor mij is slechts de horizon gebogen
als ik niet weet waar ik moet gaan of staan
gaat u vooraan

Ik ga uw weg Heer leer mij niet te klagen
bezinnen wil ik meer dan veertig dagen
in de woestijn van ‘t dagelijks bestaan
achter u aan

Uw Woord vertelt mij van de juiste wegen
mijn toekomst krijgt zijn glans al door uw zegen
u zorgt bij dag en nacht voor mij altijd
voor zekerheid

Want Christus heeft voor mij aan ‘t kruis geleden
de weg van heil mag ik door hem betreden
vertrouwend ga ik naar ’t beloofde land
aan Jezus’ hand.

melodie: Ps 101
geschreven bij het 4e “40-dagen tijd” gedicht: Woestijnleven

U bent heilig en verheven(40-dagen tijd)

U bent heilig en verheven (40-dagen tijd)

Heer, eerbiedig wil ik buigen
voor uw heilig aangezicht
en van u mijn God getuigen
stralend feller dan het licht
u bent heilig en verheven
heel de schepping zal dan beven
als u zich hier openbaart
en het mensdom gadeslaat

Maar u roept als kind mij nader
kom je wordt door Hem bevrijd
‘k sla je nu in liefde gade
kom en wees nu maar verblijd
veertig  dagen zullen spreken
van het wonder eens gebleken
toen mijn Zoon het heeft volbracht
week voor jou de zwarte nacht.

Uit mijn woord mag jij het leren
waar de Geest je leiden zal
zal het hart zich tot mij keren
klinkt het wonder overal
van verlossing en bevrijding
glanzend van de goede tijding
dat het offer is volbracht
Christus heeft aan jou gedacht.

melodie :Jezus leven van mijn leven (L.v.K.  gez. 182)
dit lied kan gezongen worden bij het gedicht “Heilig vuur” in rubriek Goede Vrijdag/Pasen

 

 

 

Eeuwigheidsland

Eeuwigheidsland

In het verre land waar vrede heerst
aan de horizon of iets daar buiten
ziet mijn hart een hemels licht
waar gordijnen nooit meer sluiten

waar de nacht geen nacht meer is
maar helder licht schijnt over mensen
Hijzelf verdrijft de duisternis
daar is de mens voor eeuwig wakker

het zwarte kleed is in zijn bloed
gewassen en is zuiver wit
en elke morgen is er weer die gloed
van liefde waar geborgenheid in zit.

In de stilte van de tijd

In de stilte van de tijd

In de stilte van de tijd
leg ik mijn tranen voor Gods troon
ik weet, hij is bevrijd
geborgen in Zijn Zoon

in de stilte van de tijd
zie ik zijn voeten gaan
ze gingen uit de tijd
maar Jezus ging vooraan

in de stilte van de tijd
hoor ik zijn stem weer spreken
Het aardse leven is een strijd.
Maar God is nooit geweken

in de stilte van de tijd
zal ik op Hem vertrouwen
Hij zegt Ik ben er bij
op Mij kun je steeds bouwen.

bij het sterven van mijn lieve man Peter op 12-09-2019

De specht

De specht
Hij klopt en klopt en klopt
maar hoofdpijn krijgt hij niet
Gods schepping, naar Zijn wens
wie dit gelooft en ziet
hij is rijker dan de rijkste mens

Ik heb een zaadje gezaaid

Ik heb een zaadje gezaaid
Ik heb een zaadje gezaaid
een heel klein zaadje.
De regen kwam
heeft het gedrenkt.

Ik heb een zaadje gezaaid
een heel klein zaadje.
De zon kwam
die het warmte schenkt.

Ik zag het zaadje groeien
een plantje als mijn hand.
Op zijn tijd gaf ik het voedsel
zette het midden op het land.

Het zaadje is een boom geworden
het bloeit en geeft vruchten.
Vreugde voor allen
om hem heen.

Laat Heer zo het zaad
gezaaid in ’s mensen hart
groeien, bloeien en
veel vruchten geven.

Bloemen voor mama

Bloemen voor mama

Daar waar het gras een groen tapijt
vormt onder kindervoetjes
zoeken handjes zonder spijt

madeliefjes geel met witte hoedjes
lachen in de zonneschijn
worden straks ten toon gespreid

wat kan er op een lente dag nog mooier zijn:
kindje dat mama met een bloemenpracht verblijdt

De natuur in al zijn glorie

De natuur in al zijn glorie

De koolmees heeft zijn vrouwtje weer gevonden
de natuur bloeit in al zijn liefde op
het nestje wordt gekeurd en goed bevonden

het is lente op en top
straks barsten alle knoppen los

een tapijt van kleuren hangt in de lucht
en in het prille groene bos
zwangert straks vol vreugde de eerste vrucht.