Gedichten, liederen, meditaties voor jong en oud van Ina van der Welle-Boersma

Troost en bemoediging

Meer troost- en bemoedigingsgedichten staan in mijn gedichtenbundel Windkracht twaalf. Deze bundel kunt u bij mij via de mail bestellen. Hij is ook in de boekhandel verkrijgbaar.

Tessie van het Hoekje

Hoofdstuk 1

Mevrouw van der Molen

Tessie kom je vlug eten het is al 12 uur en je moet zo weer naar school. Tessie komt eraan geslenterd. Ze heeft geen zin in brood. Altijd maar brood tussen de middag en nooit eens wat lekkers erbij. Tessie zegt: “Mam de andere kinderen van school krijgen……..”. “Ja, stop maar Tessie, ik weet het al, je hoeft het niet meer te zeggen , dat heb ik al zo vaak gehoord., maar jij woont hier en niet bij de andere kinderen . Je weet best dat ik daar niet van houd en trouwens waar moet ik het van betalen?”.. “Oké ik ben al weer stil”, zegt Tessie.
Johan, Jaap en Marga zitten al aan tafel. “Ja hoor, Tess is weer de laatste,” zegt Johan. “Nu is het genoeg geweest, we moeten vlug eten anders komen jullie te laat op school”. Nadat moeder gebeden heeft eet iedereen zijn boterhammen en staan ze om kwart voor één weer op straat. Vanmiddag hebben ze gym en dat vindt Tessie wel leuk, hoeft ze tenminste niets te leren. Eigenlijk ben ik best wel een mopperpot denkt Tess, maar ik laat niet merken dat ik het zelf wel weet, nou ja wie zou er niet een keer mopperen? Als Tesssie op school is, is ze alles allang weer vergeten. Als de bel gaat moeten ze gelijk hun gymkleren pakken.. “Vandaag gaan we voetballen op het veld buiten” zegt de meester. Natuurlijk zijn de jongens door het dolle heen, ook een paar meisjes vinden het prachtig, die zitten in hun vrije tijd ook op een voetbalclub. Tessie vindt het niet zo leuk, zij had liever ringen gehad in de gym. zaal. Ringen, daar kun je je pas in uitleven vindt Tess, dan kun je tenminste allerlei kunstjes doen. Nou ja, het is mooi weer, we zijn dan in elk geval buiten en ik laat de anderen wel rennen denkt Tess.
‘s Middags om drie uur gaat de bel. Het is tijd, nu mogen ze naar huis. Heerlijk buiten spelen, een hutje bouwen of misschien een eind fietsen, dat is ook wel leuk. Als Tessie uit school thuis komt treft ze niemand aan. Dat vindt ze een beetje vreemd, moeder is er altijd, waar zou ze zijn. “Mam, mam ik ben thuis, waar bent u”, roept Tessie Als ze juist weer heel hard wil gaan roepen, ziet ze moeder aan komen rijden met de auto.. Moeder werkt in het ziekenhuis als Tessie naar school is. Ze kan het zo regelen dat ze weer thuis is als de kinderen uit school komen. Johan en Jaap gaan naar het voortgezet onderwijs .Vandaag helpen ze in de supermarkt van van Dommelen . Ze hebben vrij van school en dus gaan ze een zakcentje verdienen. Marga is met een vriendinnetje mee naar huis gegaan. Tessie is blij als ze haar moeder aan ziet komen. Maar moeder kijkt wel een beetje bezorgd. “Is er iets mam?” vraagt Tess. “Nou, ja en nee”. “Wat is het nu, ja of nee, allebei kan natuurlijk niet” “Ik ga eerst een kopje thee zetten en dan vertel ik het je wel”. Rustig wacht Tessie af. De anders zo drukke Tessie wordt een beetje ongerust. Zou er iets vervelends gebeurd zijn in het ziekenhuis misschien is er wel een aardige mevrouw heel erg ziek geworden of misschien wel overleden. Mam vindt dat altijd heel erg naar. Wennen doe je er nooit aan zegt mam, maar je moet het wel van je afzetten Als moeder klaar is zegt ze tegen Tessie: “Ga nu eens even rustig zitten, ik moet je iets vertellen.” “Ik was vanmorgen bij een mevrouw die ziek binnen gebracht werd. Zij had een beroerte gehad. Weet je wat dat is”? Nou Tess heeft er wel eens iets over gehoord, maar precies weet ze het niet “Om het maar eenvoudig te zeggen”, zegt moeder “ bij een beroerte knapt er een adertje in de hersenen of een adertje zit verstopt door een bloedpropje. Als dat gebeurt kan een gedeelte van de hersenen geen bloed meer krijgen en dus afsterven.” Die mevrouw dus, is in een kamertje apart gelegd en ik ben bij haar gebleven. Toen ze een beetje bijkwam riep ze steeds iets, maar ik kon het niet verstaan. Omdat het een alleenstaande mevrouw is die alleen een achterneef heeft konden we de familie ook niet vragen wat ze bedoelde. Toen hebben we de buren maar gebeld. Meneer van Wijk, de buurman is naar het ziekenhuis gekomen om te horen wat mevrouw van der Molen, of tante Miep, zoals ze genoemd wordt, zei. Volgens meneer van Wijk leek het verdacht veel op de naam van haar hond. Toen hij vroeg of ze Josje bedoelde deed ze haar ogen open en dicht, alsof ze wilde zeggen, jij begrijpt me. Meneer van Wijk beloofde naar haar hond te zullen kijken en haar eten en drinken te geven. Toen ging tante Miep rustig slapen. Na een uur belde meneer van Wijk mij op . Hij had een groot probleem. Hij was bij de hond van tante Miep geweest en tot zijn grote verbazing had Josje drie jongen gekregen. Wat moest hij nu doen? Josje kon zo niet alleen zijn en hij kon ze niet in huis nemen want zij vrouw was allergisch voor honden. Hij vroeg of ik een oplossing had. En nu zit ik dus met een probleem. Natuurlijk wil ik best helpen, maar je weet dat papa geen hond in huis wil en als we willen helpen zal Josje bij ons in huis moeten komen. Daar zit ik nu steeds over na te denken. “Maar mam”, zei Tess dat is toch niet zo’n probleem. Josje komt bij ons en wij, ik bedoel Johan, Jaap en ik zorgen voor haar. Als wij dat goed afspreken moet dat toch kunnen”? Ja dat denkt moeder ook wel maar zou pappa het daar ook mee eens zijn? Stel je voor dat Josje ‘s nachts ligt te blaffen of te janken omdat ze heimwee heeft . Pappa heeft een drukke kantoorbaan, die moet de volgende dag weer fit zijn en hij is vaak bij het geringste geluidje al wakker. “We zullen het vanavond met z’n allen eens gaan bespreken”, zegt moeder en daar blijft het dan voorlopig bij. Nadat Tessie haar drinken opgedronken heeft gaat ze lekker buiten spelen en vergeet de hele toestand van Josje.
Om 5 uur komt vader thuis. Tessie ziet hem aan komen fietsen. Pappa zit in een kleine stad 10 km van hun dorp op kantoor. Pappa fietst elke dag heen en terug naar kantoor. Dat vindt Tessie best knap. Zo’n eind fietsen en dan nog werken ook! Maar pappa houdt van fietsen. In de vakantie gaan ze ook altijd veel fietsen. Pappa zegt dat het gezond is en je wordt er nog sterk van ook. Mama vindt het ook wel leuk, maar ze gaat toch liever met de auto naar het ziekenhuis. Nu moet ze ineens weer denken aan wat mamma vanmiddag met haar heeft besproken. Vanavond zouden ze er met z’n allen over praten. Zal zij het alvast aan pappa vragen? Als ze thuis komt kijkt ze moeder aan alsof ze vragen wil mag ik het zeggen? Moeder schudt haar hoofd. Ze wil er liever zelf over beginnen maar dan wel na het eten als Marga al naar bed is. Vandaag is het dinsdag en gelukkig hoeft niemand ergens heen. De andere dagen van de week moet er altijd wel iemand weg ‘s avonds. Naar een vergadering, een vereniging of naar gym. Maar vandaag is het rustig. Tessie vindt dat het eten vanavond maar niet opschiet iedereen heeft wat te vertellen en ze vraagt zich af of ze altijd zo veel te vertellen hebben. Eindelijk na het bijbellezen en danken kunnen ze de boel op gaan ruimen en afwassen. Als het 8 uur is zit iedereen in de kamer en Marga ligt al in haar bedje te slapen. Tessie kan het nu echt niet meer volhouden. Ze moet iets zeggen. “Zeg pap,” begint Tessie “mam wil u iets vragen”. Pappa kijkt op van z’n krant. “En jullie”, gaat Tessie verder tegen Johan en Jaap, “moeten ook goed luisteren”. Johan zit achter de computer en heeft helemaal geen zin in luisteren. Als moeder begint te vertellen komt Johan er toch bij zitten . Johan wil zo graag een hond hebben, maar pappa heeft het steeds tegengehouden. Nadat moeder haar verhaal verteld heeft blijft het doodstil. “Tja”, zegt pappa na een poosje, “jullie weten hoe ik erover denk hè”. Dan beginnen ze allemaal door elkaar te praten. “Maar dit is toch heel anders”, zegt Tessie, “U zegt zelf altijd dat we de mensen moeten helpen, is dat nu niet zo?” Wat moet vader daar op antwoorden. Het is waar wat Tessie zegt, maar is er geen andere oplossing? “Ik wil er eerst nog een nachtje over slapen oké? Dan moeten jullie me nu ook niet meer proberen om te praten, want dat helpt niet. Daar gaat iedereen mee akkoord.

De volgende morgen is Tessie al vroeg wakker. Het is pas 6 uur maar ze hoort de vogels al fluiten. Zal ze van bed gaan en pappa en mama een boterham op bed brengen, dan kan ze gelijk vragen of pappa al een beslissing genomen heeft. Ze doet het en met een geroosterd broodje en een kopje thee maakt ze pappa en mama wakker. “He, wat, heb ik me verslapen?” zegt mama en ze kijkt op de wekker, maar ziet dat het pas half zeven is. “Tessie wat doe jij zo vroeg uit je bed”? “Nou mooi hoor, wil ik jullie ontbijt op bed brengen en dan krijg ik moppers”. Nou nee dat is de bedoeling niet. Mama vindt het wel heel lief, maar het is nog zo vroeg. Pappa is inmiddels ook wakker geworden hij kijkt eens naar Tessie en begint heel hard te lachen. Wat goed van je Tess, dat je zo vroeg op kunt staan en dan ons ook nog verwennen, waar hebben we dat aan te danken? “Nou eh, ja ziet u “, zegt ze “ik kon niet meer slapen en toen hoorde ik de vogels en toen dacht ik aan Josje…..’. “Wat heeft Josje nou met de vogels te maken, dat begrijp ik niet”. “Nou het zijn toch allebei dieren?” “Ja, dat is zo’’, zegt moeder ” maar wel heel verschillende dieren”. “Pappa “ zegt Tessie aarzelend, ” heeft u al een besluit genomen?” “Waarover, of ik al van bed ga, nee hoor ik ben nog veel te slaperig”. Hè, wat flauw doet pappa nou weer, hij weet best wat ik bedoel denkt Tessie, pappa kan soms toch zo plagen. “ Nou”, zegt pappa na een poosje, “dat bedoel je vast niet.” “ Of ik al een besluit genomen heb? Ja en het antwoord is ook ja”
“Hoera, hoera,” roept Tessie zodat bijna iedereen wakker wordt. Pappa roept Tess tot de orde. “Nu eerst maar eens luisteren Tess, voor je begint te juichen. We zullen een tijdje voor Josje en haar jongen zorgen maar er zijn wel een paar voorwaarden aan verbonden. Ik heb er gisteren met mama over gesproken en we zijn het met elkaar eens geworden . Als er aan die voorwaarden voldaan wordt, mag het wat mij betreft. Maar ga je nu eerst maar aankleden, we praten straks wel verder. Voor ze zich gaat aankleden, gaat Tessie bij iedereen langs om het nieuws te vertellen. Marga begrijpt er helemaal niets van “ Krijgen wij vier honden”, zegt ze “waarom dan?”. Tessie vertelt haar wat er allemaal gebeurd is. Maar Marga luistert maar half want ze is nog zo slaperig.

Hoofdstuk 2

Josje komt logeren

Om half acht zit iedereen aan tafel. Pappa en mama hoeven eigenlijk niet meer te eten, maar dat geeft niet. Mama moet vanmorgen vroeg weg want het is vrijdag en dan is ze de hele dag in het ziekenhuis Pappa komt vanmiddag al weer vroeg thuis. Hij heeft op vrijdagmiddag altijd vrij. “Wel” zegt mama  “jullie hebben inmiddels al begrepen dat Josje bij ons mag komen. Nu de voorwaarden nog: “In de eerste plaats moet mevrouw van der Molen het er natuurlijk wel mee eens zijn. Verder hebben we besloten dat de logeerpartij niet langer mag duren dan een half jaar. Als mevrouw van der Molen dan nog niet beter is zullen we een andere oplossing zoeken  Jullie, Johan,  Jaap en Tessie, moeten Josje om de beurt uitlaten, want er moet natuurlijk wel met een hond gewandeld worden, dat begrijp je wel. Ook als het regent moet Josje uitgelaten worden. Als mevrouw van der Molen het er mee eens is zullen we voor de jonge hondjes, zodra ze groot genoeg zijn een nieuw baasje zoeken. Ik schrijf dit allemaal op een papier en als jullie het er mee eens zijn moeten jullie je naam eronder zetten” .” “Dat heet een overeenkomst,” zegt mama, “daar moeten jullie je aan houden.” Tessie vindt het wel een gedoe, wat een onzin, maar ze zegt toch maar niks anders gaat het straks niet door. Tessie zit wat dromerig in de klas voor zich uit te staren . Ze hebben geschiedenis. De meester vertelt een verhaal over Willem van Oranje  “Zeg Tessie, weet jij door wie Willem van Oranje is doodgeschoten?” Werd haar naam genoemd?  Ze kijkt de meester aan. “Nou Tessie, zeg het maar, je weet het vast wel.” Dan komt het hoge woord eruit.  “Ik heb niet gehoord wat u vroeg meester.” Ze krijgt een rode kleur. “Zo was je weer eens ver weg met je gedachten? Anne geef jij het antwoord maar, dan mag Tessie zeggen wat de vraag was”….. Baltazar Gerards meester. Ja nu weet Tessie de vraag ook wel. “Wie heeft Willem van Oranje doodgeschoten”, dat is niet zo moeilijk. Ze zal in het vervolg toch maar beter opletten want anders ….

De dag duurt lang op school.  ‘s Avonds als moeder thuis komt vertelt ze dat het met mevrouw van der Molen al een stuk beter gaat, maar ze mag nog lang niet naar huis. Ze zal nog wel een paar maanden naar een revalidatiecentrum moeten om haar linker arm en haar linker been weer beter te kunnen gebruiken. “Ik heb met mevrouw van der Molen gesproken,” zegt moeder.” Ze was erg verrast dat Josje nu al jongen had gekregen. Toen ik haar vertelde van onze plannen begon ze bijna te huilen”. “Wilt u dat voor mij doe?” vroeg ze, “Dat kan ik bijna niet begrijpen, maar ik zou het wel heel erg fijn vinden.” Ik heb haar verteld dat jullie het wel heel leuk vonden om voor Josje en haar jongen te zorgen.      Diezelfde avond belt pappa buurman van Wijk op of ze de volgende dag Josje en haar jongen kunnen halen.

Als ze er  ‘s morgens om tien uur komen  is buurman van Wijk in het huis van mevrouw van der Molen. Josje ligt met z’n jongen in een grote mand. Als zij al die mensen ziet begint ze te grommen. Wat willen ze, mijn   jongen weghalen ? En waar is mijn baasje? Zij begrijpt er niets van  Meneer van Wijk begin met haar te praten. “Beste hond hoor! We doen je niks , we komen je alleen maar helpen.” Vader loop rustig naar Josje toe en gaat op z’n knieën bij haar zitten   Hij heeft een groot stuk worst meegenomen  en dat vindt ze wel lekker. Nu komen ook  Johan  Jaap en Tessie erbij.  Ze aaien Josje en die  vindt het goed. Ze begint de hand van Johan te likken. Dat is een goed teken,” zegt vader,” dan vertrouwt ze je.” Meneer van Wijk roept Josje naar de kamer. Daar krijgt ze wat melk met water te drinken. Pappa kan de mand nu in de auto zetten en Johan, Jaap en Tessie pakken alle drie een jong hondje mee naar de auto Als de mand in de auto staat leggen ze de jongen er weer in. Meneer van Wijk komt met Josje aangelopen. Josje hoort zijn jongen piepen en springt dan vlug in z’n mand. Johan en Jaap gaan elk aan een kant van de mand zitten.  Het zit wel een beetje krap, maar het is gelukkig niet zo ver.                                                                                              Als ze thuis komen staat Marga al te dansen op de stoep. “We krijgen hondjes….we krijgen hondjes”, roept ze. “Ho, ho ‘, zegt mama  “er komen hondjes logeren, ze gaan ook weer weg hoor!” Maar dat wil Marga niet  horen.

Moeder lokt Josje weer met een stuk worst naar zich toe. Als ze uit de auto is gesprongen, pakt pappa snel de mand en zoekt een mooi plekje waar hij die neer kan zetten. Dat valt niet mee want het moet er niet te druk zijn. Achter in de kamer naast een grote kast is juist plaats genoeg om de mand neer te zetten. Het is eigenlijk het speelgoedhoekje van Marga, maar dat speelgoed kan net zo goed ergens anders liggen. Josje komt de kamer binnen en duikt direct weer in haar mand bij de jongen. Ze begint ze hevig te likken en de jongen gaan lekker liggen drinken. Allen staan ze voor de mand te kijken. Wat een lief gezicht, die kleine hondjes. Tessie zegt : “Pap vindt u honden nou niet lief”. Papa begint te lachen, “Wat bedoel je daarmee?” “Nou u was toch altijd zo tegen honden en het valt best mee hoor!” “Ja meisje wacht maar tot ze vannacht gaan liggen janken of blaffen. Maar nu moeten we Josje met rust laten, dan kan ze goed wennen aan haar nieuwe omgeving”.  Het is al laat in de middag als Johan van zijn kamer naar beneden komt. Hij heeft het druk gehad. Hij moest twee repetities leren voor maandag  maar nu is hij klaar. ”Mam zal ik met Josje gaan wandelen? Ze moet er nodig uit.” “Ja dat is een goed idee, het is al bijna half vijf en dan moet ze uitgelaten worden.” Als Johan met de riem aan komt lopen springt Josje al uit haar mand. Nu weet ze wel hoe laat het is. Een eindje wandelen daar heeft ze wel zin in.

De dagen gaan snel voorbij en mevrouw van der Molen gaat goed vooruit. Ze kan al weer lopen en met haar linker arm gaat het ook al een stuk beter. Alleen het praten gaat nog een beetje moeilijk, maar dat komt ook wel weer  goed zegt de dokter. Ze mag waarschijnlijk over een paar weken al  naar huis. Josje kan dan nog niet meteen bij haar komen. De jonge hondjes dollen al door de kamer en als er niemand thuis is moeten ze in de schuur. Vader zal deze week een advertentie in de krant zetten om de jonge hondjes te verkopen. Moeder heeft een foto van Josje met haar jongen gemaakt want vanmiddag gaan Tessie, Marga en moeder bij mevrouw van der Molen op bezoek.

Hoofdstuk3

Reksie krijgt een nieuw baasje

Om half drie rijden ze naar het revalidatiecentrum waar mevrouw van der Molen nog logeert. Tessie heeft een doos bonbons voor haar meegenomen en Marga mag de bloemen geven. Het is best wel spannend want ze hebben mevrouw van der Molen nog nooit gezien. Als ze naar binnen stappen komt er een statige dame op hen af. Ze loopt een beetje moeilijk. Zou dat mevrouw van der Molen zijn?                                                                                                                                           “Dag mevrouw van der Molen , stond u al op ons te wachten?” “Dag Hilda, fijn dat je er bent en dit zijn jouw dochters waar je me over verteld hebt?”   “ Wat leuk dat jullie ook meegekomen zijn.” “En hoe is het met Josje?” “Nou heel goed hoor,” zegt Tessie “we zullen haar best wel missen als ze weer naar u terug moet.”  Ze gaan naar de kamer van mevrouw van der Molen. “Hebben jullie zin in een kopje thee?” Ja dat lusten ze wel. Mevrouw van der Molen drukt op een bel en even later komt er een meisje binnenlopen. “We willen graag een kopje thee”, zegt mevrouw van der Molen. Het wordt een hele gezellige middag . Ze praten overal over. Tessie vertelt veel over Josje en haar jongen. Mevrouw van der Molen is heel erg blij met de foto. Nu kan ze Josje elke dag zien. Ze merkt wel dat de familie van Laar erg veel van Josje houden. Dat is ook wel te begrijpen want het is een hele lieve hond.                                                                                   Als ze bijna naar huis gaan zegt mevrouw van der Molen: “Ik wil je nog iets vragen Hilda.” Hoe zou jij het vinden als ik de kinderen een jong hondje gaf?” Heeft Tessie het goed verstaan?  Zij een jong hondje, zouden zij een jong van Josje mogen hebben? Ik zou het heel fijn vinden”, zegt moeder,” maar ik moet het toch eerst nog even met Eg overleggen”. Moeder zegt altijd Eg tegen pappa. Hij heet Egbert maar dat vindt ze veel te lang. “Ik denk wel dat Eg het ook goed vindt , want die is helemaal van gedachten veranderd sinds wij Josje in huis hebben.”  Als ze naar huis gaan, gaan ze eerst nog even langs de supermarkt. “We gaan patat eten “, zegt mamma. “Ik denk dat jullie dat niet erg vinden”. Nou  dat hoeft mamma geen twee maal te zeggen. Patat heerlijk!

Onder het eten vertelt mamma wat mevrouw van der Molen gevraagd heeft. “Nou ja,” zegt pappa , “Ik heb net een advertentie in de krant gezet, maar ik vindt het prima hoor!” “We zijn nu toch al gewend aan een hond. Wel moeten we straks gelijk een jong uitzoeken, anders komen er morgen misschien mensen die ons hondje mee willen nemen.” “En we moeten ook nog een naam bedenken”, zegt Jaap. Iedereen heeft zijn keus al gemaakt. Hoewel ze allemaal lief zijn is er een bij die er zo grappig uitziet! Hij heeft een bruin lijfje en twee zwarte oortjes en een zwart puntje aan zijn staartje. Nu moeten ze nog een naam bedenken. Er volgt een hele rij namen: Dollie, Mopsie, Selma en nog veel meer. Het is toch wel moeilijk om een mooie naam te vinden. Marga zegt ik vind Reksie een mooie naam , want hij rekt zich steeds uit. Ze zijn het er allemaal over eens dat Marga een grappige naam bedacht heeft die precies bij hem past.. Reksie wordt uit de mand getild en geknuffeld. Dag Reksie, jij bent nu van ons en je mag altijd bij ons blijven. De volgende morgen lijkt het een stralende dag te worden. De zon staat al als een grote oranje bal aan de hemel en de vogels zingen hun mooiste lied. Beneden in de kamer is het een drukte van belang. Moeder Josje is haar jongen al aan het wassen terwijl ze hun buikjes vol drinken. Dit wordt een vrolijke dag denkt moeder Josje. Misschien mogen we vandaag wel samen buiten spelen.    Tessie heeft zich inmiddels aangekleed en rent naar beneden. Zij is niet de eerste want vader en moeder zitten al aan tafel een kopje koffie te drinken .”Goeie morgen druktemaker”, zegt vader, “wat ben je al weer vroeg wakker”. Ja Tessie heeft geen last  van een ochtendhumeur. “Goeie  morgen allemaal”, zegt Tessie, “zal ik Josje eerst even uitlaten en dan kunnen Reksie en de andere hondjes ook even naar buiten”. Josje spitst haar oren, hoort ik het  goed , daar komt het vrouwtje aan die gaat vast met me wandelen denkt ze. Tessie laat de jonge hondjes naar buiten en neemt Josje mee. Hij is erg uitgelaten., dat komt vast omdat de zon al schijnt denkt Tessie. Tessie pakt de riem en maakt Josje vast. De kleine hondjes beginnen een beetje te janken. Zijn ze bang nu hun moeder weggaat? Nou dat hoeft niet hoor want ze komt zo weer terug. Tessie rent met Josje de straat over. Josje springt wild naast haar , zij trekt  hard aan de riem, zodat Tessie bijna omver getrokken wordt. “Rustig Josje zo snel kan ik nu ook weer niet. Josje weet wel waar zij heengaan. Nog een klein eindje lopen dan zijn ze bij het bos en daar is een veld waar ze heerlijk los mag lopen. Dat is vaak dolle pret, want dan kan ze met een stok spelen die Tessie weggooit. Ook mag ze dan een duik in de vijver nemen, die is er speciaal voor honden zoals zij. Per slot van rekening is zij een deftige hond en ze is nog moeder ook. Nou dan mag je toch wel verwend worden? Tessie is blij als ze bij het wandelveld aankomen. Nu kan ze tenminste even rusten. Josje loopt ook zo hard en alleen lopen mag ze niet, op straat moet ze aan de riem. Maar nu op het wandelveld mag ze alleen lopen. Toch mooi dat ze dat voor de honden gemaakt hebben.                                     Het is nog vroeg en daarom zijn er niet zo veel honden. Er loopt alleen een oude meneer met een klein hondje. Het lijkt wel of dat hondje net zo oud is als die meneer want hij loopt net zo langzaam. Tessie pakt een tak en gooit die heel ver weg. Zo nu kan Josje even los rennen. Maar al gauw komt ze met de stok terug en legt hem voor Tessie neer. Ze begint wild te blaffen dat betekent: “Gooi hem nog es weg Tessie, ik vind dit een leuk spelletje”.                                                          Als ze uit gedold is drinkt ze wat water uit de vijver. Ze blaft tegen de eenden die nieuwsgierig dicht bij haar komen. Wil je met me spelen betekend dat, ik kom er al aan hoor. Ze neemt zo een duik in het water. Dan roept Tessie Josje terug. Schoorvoetend komt ze bij Tessie.  Ze weet wel dat ze niet achter de eenden aan mag , maar het is zo’n leuk spelletje! Als Josje bij Tessie is schudt ze zich eens flink uit. De spetters vliegen Tessie om de oren. “Bah, vervelende hond,” zegt Tessie, “dat doe je nou altijd, dat vind ik niet leuk”. Tessie maakt Josje weer vast aan de riem en ze lopen rustig naar huis

Hoofdstuk 4

Reksie loopt weg

Als Tessie en Josje thuis komen lopen de jonge hondjes in de tuin te spelen en te blaffen. Gelukkig hebben ze achter hun huis genoeg ruimte voor de jonge hondjes. Josje rent snel naar haar jongen en begint ze hevig te likken. Het lijkt wel of ze heel lang weg geweest is. De jongen willen weer bij Josje gaan drinken, maar dat mag niet want ze zijn al groot genoeg om zelf te eten. Ressie vult de etensbakken en loopt de kamer binnen. Iedereen is inmiddels beneden en ze gaan samen eten. Op zaterdag mogen ze uitslapen maar de zon heeft schijnbaar iedereen uit bed gelokt.

Na het eten hebben ze allemaal wel wat te doen. Jaap en Johan moeten om 11 uur in de supermarkt zijn. Ze kunnen voor die tijd nog even met hun vader mee om hout te halen. Vader wil een hondenhok voor Reksie maken. Dan kan hij straks als hij buiten speelt en moe is in zijn eigen hok gaan liggen slapen. Moeder gaat met Tessie en Marga naar Koudhoven, de dichtstbijzijnde grote stad. Moeder wil nog wat nieuwe keren voor hen kopen. Ze gaan met de trein want pappa moet de auto gebruiken. Met de trein vindt Tessie veel leuker want dat doen ze niet zo vaak. Meestal gaan ze met de auto weg. Het leuke van treinreizen vindt Tessie, dat er zoveel verschillende mensen in de trein zitten en er zijn altijd wel een paar mensen bij die een praatje met haar willen maken. Zo ook deze keer. Er zit een mevrouw bij hen in de coupe die naar Tessie lacht. “Vind je het leuk in de trein?”, vraagt ze. Zij gaat naar haar kinderen. Haar oudste kleindochter, Janneke is jarig en nu gaat ze er een dagje heen. Ze vertelt dat Janneke net zo oud is als Tessie. het duurt niet zo lang dan stapt de “Janneke-mevrouw” uit de trein en komen er een meneer en mevrouw met een kleine baby bij hen zitten. De baby huilt. Ze heeft honger en krijgt de fles van haar vader. De trein stopt nog 4 keer en dan zijn ze er.

Thuis is iedereen ook druk in de weer. Pappa, Jaap en Johan hebben inmiddels hout, spijkers en al het andere wat ze nodig hebben, opgehaald. Pappa had al een tekening gemaakt maar tekenen is toch wel iets anders dan timmeren. Vader is druk aan het timmeren en merkt niet dat er een meneer aan komt lopen. De meneer staat al achter vader en tikt hem op de schouder.  “Goei morgen”, zegt hij. Vader schrikt. De meneer moet lachen. “zo druk bezig?”  Nu ziet vader dag er ook nog twee kinderen bij zijn. “Goede morgen, ja ik ben een hondenhok aan het maken, maar het is niet mijn dagelijks werk en dan valt het niet mee.” De meneer kijkt naar vaders werk. Nee het is niet helemaal goed. Hij geeft vader een paar aanwijzingen en zegt dan waarvoor hij komt. “U had een advertentie in de krant, u heeft jonge hondjes?”, vraagt hij. Ja ze mogen wel even meekomen dan kunnen ze de hondjes zien. Josje begint te grommen als ze die vreemde mensen ziet. Zou zij het merken dat ze voor haar jongen komen? Vader aait Josje en neemt haar mee naar de kamer. Nu kunnen ze rustig de jonge hondjes bekijken. De jongens knielen bij de mand neer en beginnen de hondjes te aaien. “Wat een leuke hondjes”, zeggen ze. “Hebben ze al een naam?” ”Nee, die mogen jullie zelf bedenken, behalve het hondje met de zwarte oortjes, die heet Reksie, die mogen jullie niet hebben want die houden wij zelf.” “Maar jullie hebben toch al een hond”, zegt de ene jongen. Dan legt pappa uit dat Josje bij hen logeert en dat ze straks weer naar huis gaat. “We willen graag een vrouwtje”, zegt de meneer. Dan hebben ze niet veel keus want er is maar 1 vrouwtje bij, de andere twee zijn mannetjes. Vader pakt het jonge hondje op en geeft haar aan de meneer. Het hondje begint zachtjes te janken. “Ze is een beetje bang”, zegt vader. “maar dat zal wel snel over zijn als jullie goed voor haar zorgen en haar voorlopig niet teveel alleen laten.” “Nou meneer”, zegt één van de jongens, “we zullen echt heel goed voor haar zorgen, we hebben al een mandje en een speelgoedje gekocht en ook al eten.” Nadat vader nog het één en ander over de hondjes verteld heeft gaan ze met het jonge hondje weg.

Josje wordt weer bij zijn jongen gelaten en pappa gaat verder met het timmeren van de hondenhok. Hij laat de schuurdeur open zodat de hondjes buiten kunnen spelen. Weglopen kunnen ze niet want de tuin wordt omlijst door een schutting en een hoge heg. Josje gaat in de schaduw liggen. Het begint al warm te worden. De kleine hondjes hebben er geen last van. Ze hebben zoveel nieuwe dingen te zien. Reksie springt achter een vlinder aan maar hij krijgt de vlinder niet te pakken. Dan gaat hij zijn broertje maar eens bijten, misschien wil die wel weer met hem spelen. Even later wordt er gebeld. Een meneer wil weten of er nog jonge hondjes zijn en wat voor ras het is. Vader geeft antwoord en de meneer besluit deze toch maar niet te nemen. Daar is vader wel blij mee want zo te horen is het een handelaar. Liever heeft vader dat de hondjes naar een gewoon gezin gaan. Als er later nog door een mevrouw gebeld wordt, die besluit even langs te komen, krijgt ook het tweede hondje een goed tehuis. Vader schiet al mooi op met zijn hondenhok. Tegen de tijd dat iedereen thuis komt is hij klaar. Nu nog een likje verf en dan kan Reksie er in. Het is al laat in de middag als vader bij Josje en Reksie gaat kijken. Hij zal ze even wat schoon water en eten geven. Josje ligt rustig te slapen in de schaduw maar Reksie ziet hij nergens. Reksiiiieee roept vader. Zou hij al naar zijn naam luisteren? Maar hoe vader ook roept, Reksie komt niet. Hoe kan dat nou, alles is achter het huis afgesloten, hij kán niet weg zijn. Dan ziet vader een klein gat in de heg. Daar moet hij wel door gekropen zijn. Als hij maar geen ongeluk krijgt. Vader is nog aan het zoeken als de anderen thuis komen. Moeder hoort het slechte nieuws en Tessie begint te huilen. “Straks komt Reksie nooit meer terug”, zegt ze, “en de andere hondjes zijn ook al weg.”  Josje is wakker geworden en loopt onrustig heen en weer. “Hij loopt zijn jongen te zoeken”, zegt moeder. De middag verstrijkt en het wordt asl avond. Nog is Reksie niet terug. Ze vragen bij de buren of die Reksie misschien gezien hebben. De buren hem niet gezien maar ze willen wel mee helpen zoeken. Het is al 9 uur als één van de buurjongens met een vies klein hondje aan komt lopen. Het is bijna niet meer te zien maar het is Reksie wel. Hij zat in een vieze sloot en kom er niet meer uit komen Hij heeft allemaal olie aan zijn vachtje. Dat zal nog een hele klus worden om hem schoon te krijgen. Vader begrijpt niet hoe die olie in de sloot kan komen. Dat zal hij toch maar eens doorgeven aan de politie. Olie vervuilt de grond en dat is toch wel heel slecht voor al die mooie planten die daar groeien en de kikkers gaan er dood aan. Ze zijn allemaal dolgelukkig dat Reksie weer thuis is. Tessie wil de buurjongen wel om de hals vliegen maar dat durft ze toch niet goed. Vader belt de dierenarts op en vertelt hem het hele verhaal. Het lijkt de dierenarts beter dat Reksie even langs komt, dan kan hij hem onderzoeken of alles goed is. Tegelijk kan hij hem goed schoon maken. Hij heeft daar speciale lotion voor, dan is Reksie zo weer schoon.Vader gaat samen met Jaap en Reksie naar de dierenarts. Jaap heeft Reksie in een oude deken gewikkeld, dan wordt Jaap niet vies en Reksie blijft lekker warm.

Als ze bij de dierenkliniek komen staat de dierenarts al te wachten. “Tjonge jonge wat een vies hondje”, zegt hij, “we zullen weer een heel mooi hondje van hem maken.” Eerst onderzoekt de dierenarts Reksie of hij ook nog ergens een wond heeft of misschien iets gebroken. Gelukkig valt dat mee. Nu begint het gepoets. Dat vindt Reksie niet leuk. Het duurt een hele tijd voordat alle smeer van zijn vachtje is. Het wil er niet helemaal af maar dat is niet zo erg, de dierenarts knipt nog een paar plukken haar weg, dat groeit wel weer aan. Vader krijgt nog tabletjes mee voor als Reksie misschien iets van die troep binnen gekregen heeft. De dierenarts vraagt nog het één en ander over Reksie dan kan hij het gelijk in de computer zetten. Als ze weer langs komen kan hij zo zien wat er met Reksie gebeurd is. Hij kent Reksie al een beetje want Reksie en de andere hondjes zijn hier al al eerder bij hem geweest om te kijken of ze allemaal gezond waren en toen hebben ze ook een spuitje tegen ziektes gekregen.

Na een uur zijn vader en Jaap weer thuis met een schone Reksie. Tessie ligt inmiddels in bed. Moeder gaat even naar haar toe om te vertellen dat Reksie weer schoon thuis is. Tessie wil Reksie nog graag even zien maar het is al erg laat. “Nou vooruit dan maar, heel even en dan snel weer naar bed”, zegt moeder. Tessie valt in een onrustige slaap. Ze droomt over Reksie. Ze wil Reksie helpen maar kan niet bij hem komen. Midden in de nacht schrikt Tessie wakker. Iedereen is al naar bed en het is stil in huis. Josje en Reksie slapen ook. Ze wil Reksie nog zo graag even zien maar dat mag niet meer. Zal ze toch even naar beneden gaan? Ze luistert nog eens. Is iedereen al naar bed? Ze gaat uit bed en sluit heel zacht naar beneden. Ze kijkt in de kamer maar het is donker. Haar ogen zijn nog niet zo gewend aan het duister. Dan voelt ze iets nats aan haar hand. Josje komt haar even dag zeggen. Net of hij zeggen wil, alles is nou goed, je kunt rustig gaan slapen. Als Tessie weer in haar bed ligt valt ze snel in een diepe slaap.

Hoofdstuk 5

Mevrouw van der Molen gaat naar huis

Tring, tring………Het is nog stil in huize “Rebecca”. Hier en daar hoor je iemand snurken. Er loopt een zuster over de gang, maar verder is alles nog rustig. Tring, tring….mevrouw van der Molen draait zich nog es om, en nog een keer. Heel langzaam wordt ze wakker. Wat is dat voor geluid? Ze moet eerst goed nadenken. Dan zit ze ineens recht overeind in haar bed.

Wat voor dag is het vandaag? Weer hoort ze de wekker, tring, tringggg. Nu wordt ze pas goed wakker. Het is zeven uur. Wel vroeg voor haar om op te staan. Maar vandaag heeft ze de wekker extra vroeg gezet. Vandaag mag ze naar huis. Vandaag wordt ze door meneer en mevrouw de Kleine opgehaald en naar haar eigen huis ge bracht. “Eindelijk”, denkt ze, “eindelijk weer naar mijn eigen huis.” Ze is al bijna vier maanden in huize “Rebecca”geweest en een maand in het ziekenhuis. Toch is het nog wel snel gegaan. Ze is blij maar ze ziet er ook wel een beetje tegenop. Als ze thuis is, is ze wel helemaal alleen want Josje, haar lieve hond kan nog niet bij haar terug komen. Ze moet eerst even weer wennen. Als alles goed gaat, mag hij over twee weken weer naar huis. Mevrouw van der Molen kleedt zich aan en maakt haar ontbijt klaar. Dat kan ze nu zelf weer doen. Het lopen gaat ook weer goed, alleen het praten blijft nog een beetje moeilijk. Ze kan niet meer zo snel praten als vroeger, maar ze is al wel weer goed te verstaan.

Om half negen komt er een zuster kijken of ze al wakker is. “Nou mevrouw van der Molen, u bent ook al flink aan het werk geweest” zegt ze, “u hebt bijna alles al klaar staan, is dat niet een beetje vroeg? ” Mevrouw van der Molen kijkt haar verbaasd aan. “Dacht u dat ik nog lag te slapen? ” “Ik vind het heerlijk dat ik weer naar huis mag. Ik ben hier goed verzorgd hoor, maar het is nergens fijner dan thuis. ” Ja dat kan de zuster zich wel indenken.

Om 10 uur komen meneer en mevrouw de Kleine naar huize “Rebecca” Nadat ze de spullen van mevrouw van der Molen in de auto gedaan hebben, gaan ze nog even samen met het personeel koffie drinken.

Nu gaan we afscheid nemen zegt mevrouw van der Molen plotseling. Ze geeft het personeel allemaal een hand en bedankt ze voor de goede zorgen. Ook krijgen ze een bos bloemen en een grote doos bonbons die ze samen lekker kunnen opeten. Mevrouw van der Molen staat te popelen om naar huis te gaan. Hoe zou het thuis zijn?

Als ze de Lindenlaan inrijden ziet mevrouw van der Molen al vanuit de verte dat haar huis met vlaggetjes versierd is. Ze moet even slikken en krijgt tranen in haar ogen. “Wat is mijn huis mooi versierd, wie heeft dat gedaan? ” Dan ziet ze een paar lachende kindergezichten en buurman van Wijk in de deuropening staan. De kinderen houden een groot bord omhoog. “Welkom thuis”staat er op. Ze stapt uit de auto en voor ze beseft wat er gebeurt wordt ze bijna omver gesprongen door Josje. Josje is meegekomen naar huis. Nu wordt het haar toch een beetje te veel. De tranen rollen over haar wangen. “Dag Josje, dag lieve hond, kom jij me ook verwelkomen? ”

Als mevrouw van der Molen goed en wel in haar stoel zit, vertelt meneer de Kleine dat ze haar de komende tijd nog zullen helpen.  Op die manier kan Josje bij haar blijven en is ze niet zo alleen. “En als u hulp nodig hebt kunt u ons altijd bellen” zegt vader “wij wonen hier niet zo ver vandaan, dus dat is geen probleem.”  ‘s Avonds als mevrouw van der Molen naar bed gaat moet ze nog even de dag in haar gedachten terug draaien. Wat is ze blij en dankbaar met alle hulp die ze vandaag gekregen heeft en die ze nog zal krijgen. Dat er zulke lieve mensen op haar weg gezet zijn kan ze niet begrijpen. Maar dat hoeft ook niet. Ze hoeft het alleen maar aan te nemen.

 

Hoofdstuk 6

Reksie wat doe je?

Eén twee hup, één twee hup. Toe Reksie springen. Tessie houdt een stok vast en Reksie moet er overheen springen. Reksie vindt het een leuk spelletje. Eerst was het niet zo moeilijk, maar nu houdt Tessie de stok toch wel erg hoog. Reksie rent er onderdoor dat gat veel gemakkelijker, maar dat mag niet van Tessie. “Vooruit Reksie, terug, zo kan ik het ook , dat mag niet hoor, je moet er overheen”. Reksie heeft niet veel zin meer , het lukt hem toch niet. Tessie houdt de stok weer iets lager, hup Reksie en dan begint Reksie weer te springen.

Moeder zit naar Tes te kijken, maar ze merkt er niets van. Ze wil Reksie steeds weer iets nieuws leren denk moeder. Reksie begint al een grote hond te worden. In het begin had hij nog wel veel heimwee naar zijn moeder. Vooral ’s nachts hoorde je hem soms heel zacht janken. Tessie heeft hem een knuffel gegeven maar dat hielp niet echt.

Reksie kijkt naar Tessie en gaat op zijn achterpoten staan. Hij heeft nu echt geen zin meer om te springen. Hij houdt zijn kop een beetje schuin. Z’n ene oor staat recht overeind en z’n andere hangt naar beneden. Het is of hij wil zeggen: “Krijg ik nu wat lekkers van jou, ik heb zo mijn best gedaan”. Tessie moet er om lachen. Het is ook zo’n leuk gezicht! Ik ben toch blij dat we een hondje mochten houden denkt Tessie. Ze geeft Reksie een hondenkoekje en aait hem over zijn kop. “Kom reks, ga je mee wandelen? “”Niet te lang weg blijven hoor”, zegt moeder, “we moeten zo eten.” Tessie hoort al niets meer en is snel uit het gezicht verdwenen. Waar zullen ze nu eens heen gaan? Naar het park wil Tessie niet. Daar zijn nu veel meer honden en dan moet ze Reksie steeds terugroepen. Reksie weet nog niet precies hoe het hoort, maar ze krijgt wel elke zaterdag les, dan gaat ze naar een school waar ze hem van alles leren.

Ze gaan gewoon een rondje lopen en dan maar weer naar huis. Na 10 minuten ploft Tessie weer op een stoel neer. Deze keer maar niet zo ver, maar dat vindt Reksie helemaal niet leuk. Hij wilde nog wel uren lopen.

Het is stil in de tuin. Moeder is eten aan het koken en Tessie is ook naar binnen gegaan. Reksie ligt lui onder een boom in de schaduw. Toch blijft hij niet lang liggen. Hij loopt wat onrustig een en weer door de tuin. Het hek staat een klein eindje open. Zal hij alleen een eindje gaan wandelen? Het mag niet maar als hij goed uitkijkt geeft dat toch niet? Reksie snuffelt wat over de grond. Hij ruikt het spoor van Tessie, waar ze zojuist langs gelopen is. Heel voorzichtig gaat hij buiten het hek. Het duurt niet lang of hij is helemaal vergeten dat hij niet buiten het hek mag komen. Al snuffelend gaat hij steeds verder van huis Opeens schrikt hij. Wat was dat zo dicht bij z’n snuit? Een vogel vliegt verschrikt uit een struik waar Reksie net langs loopt. Reksie springt omhoog. “Die wil vast met me spelen”, denkt hij, maar weg is de vogel al weer.

Een paar kinderen zijn aan het voetballen. Dat is een leuk spelletje. Reksie rent al blaffend naar de bal. Hij heeft hem bijna te pakken”. Oh, wat jammer er komt net een jongen aan die de bal weg schopt. Dan er maar weer achteraan hollen. Nu heeft hij hem te pakken. Met de bal in zijn bek holt Reksie weg. Wat willen de jongens nu te schreeuwen? Willen ze met me spelen, denkt Reksie. Opeens heeft één van de jongens Reksie te pakken. Hij trekt de bal ruw uit zijn bek. Au, dat doet pijn, Reksie blaft. Dit is geen leuk spelletje. Eén van de jongens wil hem nog een schop geven, maar Reksie is sneller en holt het bos in. Nee, dan speelt hij toch liever met Tessie. Daar krijgt hij tenminste geen zere bek van. Tessie pakt altijd heel voorzichtig de stok of een bal uit zijn bek.

In het bos is van alles te zien. Zo vaak komt Reksie niet alleen in het bos. Eerlijk gezegd ben ik er nog nooit alleen geweest, denkt Reksie. Hier is het best wel spannend. Moet je eens zien hoeveel dieren hier in het bos leven. Vlak voor zijn poten springt een konijntje vlug weer in zijn hol. Even snuffelen zou die dan misschien met me willen spelen? Misschien komt hij zo wel weer naar buiten. Reksie wacht maar er komt geen konijntje naar buiten Dan loopt hij maar weer rustig door. Ineens hoort hij een bekende stem. Reksie, Reeeksie waar ben je? Hij spitst zijn oren. Is dat niet de stem van Tessie? Zal hij toch maar terug gaan? Misschien mocht hij niet zo ver weg. Al snuffelend over de grond loopt hij het bos weer uit. Nu hoort hij heel duidelijk de stem van Tessie. Hij zet het op een lopen om maar snel bij zijn baasje te zijn.

“Foei, Reksie, waar was je?  Je mocht toch niet alleen buiten het hek, dat weet je best.”  Ja dat weet Reksie wel, maar het is alleen veel spannender. Reksie komt met de staart tussen zijn poten aangelopen. Tessie is allang blij dat ze Reksie ziet. Ze maakt hem vast aan de lijn en gaat snel naar huis. Een volgende keer, denkt Reksie, ga ik wel weer eens op onderzoek uit in het bos, maar dan moet ze het niet merken.

Hoofdstuk 7

Reksie gaat mee op vakantie

Het is een drukte van belang in huize “Het Hoekje”. Vanmorgen is iedereen vroeg opgestaan en Vader en moeder zijn bezig de laatste spullen in de auto te laden. Vandaag gaan ze op vakantie. Heerlijk vier weken naar Zweden. Zweden is een heel mooi land weet Tessie. De meester is er ook geweest en toen Tessie het op school vertelde heeft hij foto’s van Zweden meegenomen. De andere kinderen waren knap jaloers op Tessie. Naar Zweden en nog wel vier weken! Ze zouden eerst naar Denemarken rijden en dan met de boor naar Zweden. Reksie moest als hij meeging eerst langs de dierenarts om een paar spuitjes op te halen. Anders mocht hij het land niet in.

Jaap en Johan wilden niet mee. Ze wilden graag op zeilkamp in Friesland en daarna werken bij de supermarkt van van Dommelen. Ze konden logeren bij een vriend .Zo konden ze zo af en toe ook even wandelen met Josje. Vaak hoeft dat niet meer want mevrouw van der Molen moet van de dokter elke dag een eindje wandelen en dan neemt ze Josje mee.

Vader vond het niet leuk als de jongens niet meegingen en uiteindelijk is met hen afgesproken dat ze wel meegaan. Die zeilvakantie komt dan later wel. Er is met buurman van Wijk afgesproken dat hij een oogje in het zeil houdt wat betreft mevrouw van der molen en dat hij zo af en toe even extra met Josje gaat wandelen.

Reksie loopt onrustig heen en weer. Hij merkt wel dat dat er iets aan de hand is. Zou hij in de auto mogen? Dat vinden veel honden niet fijn maar Reksie wel, hij is dol op auto rijden. Hij krijgt een mooie plaats in de auto. Veel groter dan Tessie. Zij moet de bank delen met Marga en Johan. Jaap zit achterin bij Reksie. Jaap, Johan en Tessie gaan om de twee uur ruilen van plaats, zo mogen ze om de beurten bij Reksie zitten. Marga blijft op haar plaats zitten die is nog te klein om bij Reksie te zitten. Als alles ingepakt is, gaat Tessie nog even met Reksie lopen en dan begint de reis. Omdat het nog vroeg is, is het erg stil op de weg. Reksie zit naar buiten te kijken, als een koning op zijn troon. Jaap en Johan hebben een heel reisplan gemaakt met de computer en kijken of ze wel goed rijden.

Vader zei dat het niet nodig was omdat hij een routeplanner in de auto heeft maar ze vonden het leuk om te kijken of die dezelfde weg nam dan zij geprint hadden.

Als ze bijna in Denemarken zijn stoppen ze voor de tweede keer. “Zijn wij er al? “, vraagt Marga, “gelukkig want ik heb al zooo lang in de auto gezeten.” “Nou meisje”, zegt vader “dan heb je wel pech want we zijn er nog lang niet. We gaan nu eerst een kopje koffie drinken en een broodje eten.” Ze stoppen op een grote parkeerplaats. Hier kan Reksie ook even uitgelaten worden. Jaap en Johan nemen Reksie meer naar een houdenspeelveld daar mag hij lekker even rennen. Tessie en Marga gaan een eindje wandelen. Er staan nog meer auto’s op de parkeerplaats. Duitse en Engelse en zelfs een auto uit Zwitserland. Kijk zegt Tessie daar staat ook een auto uit Nederland, zullen wij er eens heen gaan?

“Hallo”, zegt Tessie tegen een meisje, “jullie komen uit Nederland hè? Wij ook, wij gaan naar Zweden. Waar gaan jullie heen? Sanne kijkt om en ziet Tessie staan. “Hallo”, zegt Sanne en komt een beetje dichterbij. “Ja wij komen uit Nederland dat heb je goed gezien. Wat leuk dat jullie ook uit Nederland komen, meestal zie je hier mensen uit een ander land en daar kun je niet zo gemakkelijk mee praten. Dat is ook toevallig zeg, wij gaan ook naar Zweden. Wij rijden straks door naar de kop van Denemarken en dan gaan we met de boot oversteken.” “Hoe heten jullie?”, zegt Tessie Dan hoort ze dat Sanne nog een broer heeft die Karel heet en nog een zusje zijn heet Alma. Karel is de oudste, hij is al 18 jaar en heeft ook al een rijbewijs. Alma is 7 jaar en Sanne is 10. Tessie begint te vertellen van hun gezin. Ze zijn al een tijdje aan het praten als de moeder van Sanne er aan komt. “Dag,” zegt ze “ik hoor dat jullie ook uit Nederland komen, dat is grappig zeg. Misschien zien we jullie wel een keer in Zweden. Zijn jullie ook even aan het uitrusten? Ik geloof dat jullie moeder je roept, jullie moeten zeker weer verder. Nog een prettige reis hoor, en misschien wel tot ziens.”

Tessie en Marga gaan weer naar de auto. Daar zitten ze al wat te drinken. Jaap en Johan zijn inmiddels ook alweer teruggekomen. Tessie vertelt van hun ontmoeting .”Misschien komen we ze nog wel een keer op de boot tegen “, zegt vader. Dat zouden Tessie en Marga leuk vinden. Stel je voor als ze nu eens samen met de boot over konden varen! “Dat is nog niet zeker hoor”, zegt vader, “misschien gaan zij vanmiddag wel met de boot en wij gaan vanavond om 7 uur.” Als ze wat gegeten en gedronken hebben stappen ze snel weer in de auto.  Moeder zit nu achter het stuur, zodat vader lekker gemakkelijk van de rit kan genieten. Tessie en Marga gaan een spelletje doen. Ik ga op reis en ik neem mee…….. “Pap doet u ook mee?” “Nou toe dan maar” Ik neem mee een tandenborstel, zeep, handdoek, bijbel, eh…… “Nee”, zegt Tessie, “u moet één ding zeggen en dan moet de volgende er één ding bij noemen. Dus goed opletten alles wat de ander zegt moet ook opgenoemd worden. Na tien minuutjes heeft Marga er genoeg van. “Ik word er zoo moe van”,  zegt ze. Moeder moet even lachen. Het valt haar niet tegen dat Marga al zo goed mee kan doen Het ene spelletje na het andere volgt. Ook zet vader een cdtje op met allemaal leuke kinderliedjes. Ze zingen uit volle borst mee. Zelfs Reksie begint mee te janken. Of hij het wel zo leuk vindt? Stil Reksie niet zo hard, dat mag niet hoor. Dan kan mamma niet zo goed haar aandacht bij het verkeer houden. Reksie kijkt Johan es aan en gaat dan liggen, met zijn poten over zijn oren. Als vader dat ziet zet hij andere muziek op want Reksie vindt dit waarschijnlijk niet zo mooi. Het is inmiddels een stuk drukker op de weg geworden en ook wel wat warmer. Ze stoppen nog twee maal en komen dan in Frederikshavn aan. Daar zullen ze om 7 uur op de boot gaan. Het is nog maar 5 uur dus ze hebben nog even tijd om het stadje in te gaan. Moeder stelt voor samen ergens te gaan eten. Iedereen vindt dat een goed idee. Ook Reksie blaft. Als ze de auto en de caravan op de parkeerplaats hebben gezet gaan ze samen het stadje in. Al gauw zien ze een leuk restaurantje. Zullen ze daar eens lekker gaan eten? Voordat ze naar binnen willen ziet Tessie een bordje bij het raam. “Mam ik denk dat wij hier niet kunnen eten”, zegt ze, “kijk ik geloof dat het voor Reksie verboden is.”” Dan ziet ook moeder het bord. Een wit bord met een rode rand en een hondenkop er in. Tessie is boos. “Stom hoor, die mensen houden zeker niet van dieren.” Nu moeten ze maar iets anders zoeken. Na een kwartiertje zoeken zien ze een restaurant waar honden welkom zijn. Ze hebben daar een speciale plaats voor honden. Ze krijgen er vers drinken en kunnen er zelfs nog eten krijgen net als hun baasje. Dat is grappig vindt Marga. Nu is Reksie ook uit eten. “En nu hoeven wij niet op hem te letten als wij aan het eten zijn”, zegt vader.

Als ze binnen komen worden ze verwelkomd door een oudere mevrouw. Je kunt zien dat zij veel van dieren houdt. Ze aait Reksie en begint in het Deens te praten. Vader maakt duidelijk dat ze dat niet verstaan. Dan begint ze half Duits, half Engels te praten. Of zij Reksie mee zal nemen naar het gedeelte voor de honden, vraagt ze. Pappa vindt het goed en ze zoeken samen een plaatsje bij het raam waar ze kunnen eten.

Om kwart voor zes gaan ze weer naar de auto want om half zeven moeten ze zich melden voor de boot. Ze hebben allemaal heerlijk gegeten en nu kunnen ze op de boot lekker uitrusten en zelfs nog wel even slapen want het duurt een hele tijd voor ze in Gotenburg aankomen.

Hoofdstuk 8

Op de boot

Als de auto en de caravan in het daarvoor bestemd laadruim zijn gereden, mogen ze uitstappen en naar het dek gaan. Ze kijken hun ogen uit. Het is de eerste keer dat ze met zo’n grote boot varen. Er is van alles te zien. Tessie weet niet waar ze het eerst moet kijken. Reksie is een beetje bang. Er zijn ook zoveel mensen op de boot. Het is een geduw op de trap. Het lijkt wel of de mensen bang zijn dat ze niet allemaal naar boven mogen.

Als ze op het eerste dek komen zien ze dat het al aardig vol begint te lopen. Hier is een restaurant, daar kun je wat eten en drinken, maar dat hoeven ze niet meer want dat heb ben ze net gedaan. Ook zien ze er een winkeltje. Daar kun je belastingvrij kopen zegt vader. Wat dat betekent weet Tessie niet precies, maar dat geeft niet het is wel leuk om er even te kijken. Jaap en Johan gaan hun eigen weg. Ze spreken af dat ze zo nu en dan even terug gaan naar het restaurant. Verdwalen kun je niet op de boot, daarom mogen Tessie en Marga ook wel even alleen op stap, als ze maar beloven niet naar het bovenste dek te gaan want dat vindt mama een beetje te gevaarlijk. Vader en moeder blijven in het restaurant zitten samen met Reksie die onder het tafeltje gaat liggen slapen.

De boot deint op het water heen en weer. Ze moeten zich bij het lopen wel goed vast houden anders vallen ze zo om. “Dat komt omdat de boot nu de haven uitvaart” vertelt een meneer, “dan is het altijd zo. Straks als we op zee zijn hebben we er geen last meer van “.  En de meneer krijgt gelijk. Eenmaal op zee kun je niet meer merken dat je op een boot zit. Als ze op het tweede dek zijn, zien ze dat er allemaal zeemeeuwen achter het dek aan vliegen. Sommige mensen gooien brood over

boord wat door de zeemeeuwen snel gepakt wordt. Aan de horizon zie ze de zon langzaam onder gaan, maar donker wordt het nog lang niet. Tessie heeft van papa gehoord dat het in Zweden bijna niet donker wordt. Omdat Marga een beetje moe wordt gaan ze maar weer naar het benedendek. “En, zijn jullie al uitgekeken? “Papa legt de krant neer en gaat drinken voor iedereen bestellen. Jaap en Johan zijn inmiddels ook weer terug gekomen.

De mensen lopen heen en weer om een plekje bij het raam te krijgen. Dat is best leuk want dan zie je de deinende golven heel dichtbij.

Plotseling begint Reksie te grommen. Een man staat al een poosje achter de stoel van moeder. Hij kijkt zo te zien naar de golven. Als hij Reksie hoort loopt hij weg maar niet zonder dat iemand hem volgt. Reksie schiet als een pijl uit de boog naar hem toe. Die zet het op een lopen om uit de bek van Reksie te blijven. Niemand begrijpt het. Iedereen kijkt heel verbaasd naar Reksie en de man. Die zijn inmiddels de trap afgerend. Vader roept Reksie tot de orde maar die luistert niet. Grommend en blaffend rent ze achter de man aan. Nu moet vader er ook wel achteraan. Natuurlijk kan de rest niet blijven zitten. Moeder zegt tegen Tessie en Marga dat ze moeten blijven zitten.  Jaap en Johan mogen wel even bij vader kijken, die worden niet zo snel opzij geduwd door nieuwsgierige mensen. Ze zullen zo wel weer met z’n allen terug komen. Als vader beneden komt staat Reksie te blaffen voor een wc-deur. De man is het damestoilet in gerend. Dat is vreemd! Was de nood zo hoog? Daar gelooft vader niets van. Hier is meer aan de hand. Vader zegt tegen Jaap: “Haal maar iemand van het personeel”. Maar dat is niet meer nodig. Die is inmiddels al op het schouwspel afgekomen. “Wat is er aan de hand”, vraagt een meneer in een mooi uniform. “Nou ik weet het niet precies”, zegt vader, en hij vertelt wat er gebeurd is. “Volgens mij is het geen zuivere koffie, een man gaat niet zomaar het damestoilet binnen”. De man in uniform roept: “Meneer wat is er aan de hand?” Een stilte volgt. “Zou hij u niet horen? Dat lijkt me vreemd, zo dik zijn de wanden ook weer niet”. Natuurlijk zouden ze de deur open kunnen maken, maar welke deur moeten ze hebben? Ze zouden er wel zeker van moeten zijn dat het de deur is waar Reksie voor staat, anders….. Ze besluiten te wachten tot de andere toiletten leeg zijn. Dan moet er in de laatste de man zitten, dat kan niet anders. “Ik ga e ven terug naar mijn vrouw”, zegt vader, “ik ben zo weer terug”. Er is een hele opstopping bij de toiletten. Iedereen wil weten wat er aan de hand is. Er zijn ook dames die gebruik willen maken van het toilet, maar die moeten voor één keer maar naar het herentoilet gaan.

Vader is inmiddels bij moeder die met vragende ogen naar hem kijkt. “Begrijp jij er iets van?  “  “Nee maar het is geen zuivere koffie”. Je loopt toch niet zomaar weg als er een blaffende hond aan komt? We zullen maar afwachten, hij kan geen kant uit, want hij heeft zichzelf opgesloten in het toilet”.

Moeder wil haar portemonnee pakken en nog wat drinken bestellen. “Zeg Eg heb jij mijn portemonnee niet weer terug gegeven nadat je iets lekkers voor de kinderen gekocht had?” “Jawel hoor, ik weet het zeker want ik vroeg nog of je hem terug moest”.  Vader ook altijd met zijn grapjes. Moeder voelt nog es in haar jas, die over de stoel hangt. Hij zit er niet meer in. Dan schrikt moeder, zou die man…… Zou dat een zakkenroller zijn? Ze kan het haast niet geloven. Hij zag er toch echt niet uit als een zakkenroller. Maar ja, hoe ziet een zakkenroller er eigenlijk uit? Als je dat kon zien… Moeder vertelt vader wat zij vermoedt. “Dan moet ik gelijk terug naar de toiletten. Ik hoop dat die man er nog niet uit is”.

 

Na een paar minuten zijn alle toiletten leeg behalve de ene waar Reksie nog steeds voor staat te snuffelen. Daar moet de man dan wel in zitten. “Meneer, wilt u de deur open doen?” Er wordt geen antwoord gegeven en de deur gaat ook niet open. “Meneer, we weten dat u er in zit, als u de deur niet open maakt, maken wij hem open”.   Stilte.

Als vader er weer aan komt staat de beveiligingsbeambte op het punt de deur open te maken. Vader vertelt aan de beambte dat zijn vrouw haar portemonnee kwijt is en het bange vermoeden heeft dat hij gestolen is. “Het zou me niet verbazen meneer, wij hebben hier wel vaker last van zakkenrollers op de boot. Wilt u uw hond even bij u houden? Ik ben bang dat hij die man anders aanvliegt en dat zal hij niet zo prettig vinden”. Vader houdt Reksie stevig vast. Als de beambte de deur met een speciale sleutel open gemaakt heeft ziet hij de man in een hoekje staan.  “Nou kom er maar uit, de hond kan je niks doen. Wat is er aan de hand? Waarom rende u het damestoilet binnen? “  Er volgt weer een stilte. “Verstaat u me niet?”, vraagt de beambte in het Engels. Geen antwoord. Vader houdt Reksie stevig vast want die begint weer woest te blaffen. De man lijkt niet van plan maar iets te zeggen. “Dan ga je maar met me mee en probeer niet weg te rennen want ontkomen lukt je hier toch niet”. De man heeft dar door en geeft zich gewonnen. De beambte vraagt of vader en Reksie ook mee gaan. Rustig lopen ze naar de stuurhut. Jaap en Johan moeten terug naar moeder. De mensen staan te dringen om een glimp van de “optocht” te zien. Als ze allemaal zitten vraagt de beambte: “Wat is er nu eigenlijk aan de hand?” De man begint te lachen. “Ik schrok verschrikkelijk van die hond en daarom rende ik hard weg”. Reksie begint gevaarlijk te grommen. Je liegt denkt Reksie, ik heb gezien wat jij deed, zeg het nu maar. Vader zegt: “Mag ik even iets vragen? Toen u achter de stoel van mijn vrouw stond hebt u toen haar portemonnee gestolen? “  De man verschiet van kleur. “Wat denk je wel dat ik een dief ben? “  Hij staat op en wil vader te lijf gaan. De beambte komt er tussen. “Rustig maar”, zegt hij “als het niet zo is dat hebt u er geen bezwaar tegen dat ik u fouilleer. De man zet nog een grote mond op maar geeft dan toestemming. Er komt van alles uit zijn zakken maar geen portemonnee van moeder. Als de beambte langzaam zijn benen voelt ontdekt hij iets vreemds. Dit is geen gewone broek. Aan de binnenkant heeft hij grote zakken genaaid waar hij spullen in op kan bergen. Hij heeft een wijde broek aan en daarom is er niets van te zien. De man moet zijn broek uittrekken en dan komen er een aantal spullen tevoorschijn.” Wat is dat”, zegt de beambte. “Mag ik mijn spullen zo niet meenemen, dat is toch niet verboden?” “Nee” zegt vader, maar het is wel verboden om de portemonnee van mijn vrouw mee te nemen”. Vader wijst hem aan. Nu valt de man door de mand. Nu hoeft hij niet meer te liegen want het is inderdaad de portemonnee van moeder. Vader pakt de portemonnee en gaat terug naar moeder die vol spanning samen met de kinderen op hem zit te wachten.

“En…?” zegt moeder als ze vader aan ziet komen “heb je mijn portemonnee of was er niets met hem aan de hand. Vader vertelt het hele verhaal en gelukkig wordt hij nu overgedragen aan de politie. “Het zou mij niet verbazen als hij nog veel meer op zijn kerfstok heeft” zegt vader “want liegen kan hij als de beste”. “Toch goed da Reksie hem gevangen heeft hè” zegt Tessie. Dat vindt de bewaker ook. Die komt na een poosje vader opzoeken. “Ik wil u nog bedanken meneer” zegt hij “de man die uw hond naar het toilet gejaagd heeft werd door de Duitse politie gezocht. Hij is ontsnapt uit de gevangenis, hij zat in de gevangenis omdat hij heel veel mensen heeft opgelicht. Hij probeerde zich in leven te houden door allerlei dingen van de mensen te stelen. Maar dat hoeft hij nu niet meer te doen want hij krijgt weer gratis kost en inwoning. In de gevangenis!!”

Iedereen is blij dat het zo goed afgelopen is. “Toch wel een beetje zielig voor die man” zegt Tessie. “Nou het is toch immers zijn eigen schuld, moet hij maar niet zo stom doen” vindt Johan. Moeder is het met beiden eens. Het is zijn eigen schuld daar moet hij voor gestraft worden, maar vaak hoor je dat zo iemand geen fijne jeugd gehad heeft of heel veel problemen gehad heeft waardoor hij zo geworden is. “We mogen niet oordelen” zegt moeder, “we moeten maar hopen dat alles met hem nog een keer goed komt, bid maar voor hem”.  We gaan nu iets lekkers nemen, ik heb mijn portemonnee weer terug dus ik kan betalen besluit moeder.

Na een uurtje komt de haven in zicht. Iedereen zit een beetje te dommelen. Tessie is zelfs in slaap gevallen. Het is ook al bijna tien uur. Moeder loopt naar Tessie en schut haar wakker. “Tessie, wakker worden we moeten van de boot”.  “Hè wat, ik wil slapen” zegt Tes. “Nee meid, je moet wakker worden anders ga je weer terug naar Denemarken. We zijn er hoor. We moeten van de boot”. Nu is Tes ineens klaar wakker. Dat is ook zo ze ligt niet in haar eigen bed, ze is op de boot naar Zweden. Hoe kon ze dat nou vergeten. Dan komt Reksie er aan, die geeft haar een lik over haar handen. Ja Reksie, stil maar ik kom er al aan je hoeft me niet te wassen hoor, ik heb maar even geslapen.

Als iedereen wakker is lopen ze langzaam naar de uitgang die uitkomt op het dek waar de auto’s staan. Wat dringen de mensen hier zeg. Ze willen allemaal snel naar hun auto, stom hoor! Je komt toch wel van de boot. Ze nemen je heus niet weer mee terug en trouwens ieder moet zijn beurt afwachten om weg te kunnen rijden. Maar ja, zo zijn die grote mensen nu eenmaal denkt Tessie, altijd hebben ze haast en altijd willen ze de eerste zijn. Zou ik later ook zo worden? Ik hoop het niet.

Hoofdstuk 9

Naar de camping

Als ze van de boot afgereden zijn en vader de grote weg richting het noorden gevonden heeft gaat Tessie weer lekker slapen. Zij hoeft toch niet op te letten dat doen papa en mama wel, en er is nu niet veel te zien. Het is buiten trouwens nog niet donker, wat wordt het ook niet zegt papa dat komt omdat ze zo ver in het noorden zijn. Voor het tijd is om donker te worden wordt het al weer licht. Wel vreemd hoor. Papa vertelde dat ze nog een keer naar de ondergaande zon zullen kijken dan kunnen ze ook zien dat hij niet helemaal onder gaat maar heel langzaam weer omhoog komt.

Als ze een paar uur gereden hebben is het tijd om te stoppen. Tessie merkt er niets van, die blijft lekker slapen en ook Marga slaapt.. Johan laat Reksie even uit en moeder zet een lekker kopje koffie daar blijf je wakker bij. Na een kwartier rusten gaan ze verder.  Ze willen in de buurt van Karlstad een camping gaan zoeken en hopen dat die dan nog open is.

Om 11 uur komen ze in de buurt van Karlstad. Iedereen is een beetje moe van het autorijden. Zolang stil zitten valt niet mee ook al zijn ze wel af en toe even gestopt. Tessie en Marga hebben er niet veel van gemerkt, die hebben de hele reis geslapen.

Nu moet er een camping gezocht worden. Vader had op internet gekeken en er moet hier in de buurt een kleine camping zijn. Het valt niet mee de camping te vinden. Eindelijk zien ze een bordje. Het bordje is een beetje haveloos en moeilijk te lezen. Ze moeten rechtsaf en na nog een klein eindje rijden zien ze een groter bord camping trevlig Sverige, er onder staat camping nice Sweden. “Wat betekent dat papa”, vraag Tessie.  “Dat betekent camping mooi Zweden” zegt vader. Ja mooi is het hier wel dat moet Tessie toegeven. Het is inderdaad een kleine camping en ziet er niet zo geweldig uit. Moeder hakt de knoop door, laten we eerst maar naar deze camping gaan en als het er niet leuk is kunnen we nog altijd een andere zoeken. En zo komen ze op een kleine camping aan waar behalve Zweeds ook een beetje Engels gesproken wordt. Vader kijkt of er nog iemand aanwezig is. Hij ziet een meneer buiten zitten en zegt in het Engels dat ze een plaats zoeken. De man wijst naar een huis waar hij het moet vragen, hij is ook maar een gast. Gelukkig slapen de mensen nog niet. Vader belt aan en er komt een meneer aan die vraagt “Letar du efter en plats?” Dan zegt vader dat hij een plaats zoekt. Nu begint die meneer ook in het Engels te praten. Ze mogen zo het terrein op rijden en een plaats zoeken, er is ruimte genoeg. Snel wordt alles neergezet. De jongens gaan in een tent slapen, die heel gemakkelijk opgezet kan worden. Om half 12 staat alles klaar en kunnen ze hun bed opzoeken. Marga en Tessie slapen bij vader en moeder in de caravan en de jongens in de tent. Reksie mag bij de jongens slapen kan hij mooi de wacht houden zegt vader.

De volgende morgen is het al negen uur als Tessie en Marga wakker worden. Ze hebben heerlijk geslapen. Nu zien ze dat ze naast een gezin staan met twee kinderen. Als ze gegeten hebben mogen ze de camping gaan bekijken. Er staan niet zoveel mensen maar ze hebben wel buren. Dat is een gezin met twee kinderen die ook buiten zijn. Tessie loopt met Reksie langs hun caravan. “Hallo”, zegt Tessie. “Hello” zegt het meisje. Tessie heeft al snel door dat ze niet uit Nederland komen. Later maar eens vragen waar ze vandaan komen. “Hé, Tessie, wacht even”, Marga komt achter Tessie aangehold, daar had ze nu eigenlijk geen zin in, ze wilde even alleen met Reksie de boel gaan verkennen. Marga loopt vaak zo langzaam. Nou ja toe dan maar weer. Marga geeft Tessie een hand en samen lopen ze de camping rond. Iets verder dan waar zij staat zien ze een gebouwtje. Zou dat het toiletgebouw zijn? Even kijken. Nee, het lijkt wel een eetkeuken. Er staan mensen af te wassen en koffie te zetten. Ook zitten er een paar aan een tafeltje te bellen. Verder zien ze een gasfornuis. Zou je hier mogen koken en eten? Dat is leuk dan kun je gelijk zien of die mensen net zo eten als zij., denkt Tessie. Misschien weet papa het. Als ze een eindje doorlopen vraagt een meisje aan Tessie: “Vad heter du?”  Tessie begrijpt het niet en haalt haar schouders op. Dan zegt het meisje: ”Jag heter Angela“  Nu begrijpt Tessie dat ze haar naam moet noemen. Tessie zegt hoe ze heet en vertelt ook maar gelijk hoe de hond heet. Het meisje begint te lachen en zegt: “Hej då” en rent snel weg. Tessie denkt zou ze me wel begrepen hebben, maar dan ziet ze dat de vader van het meisje staat te wenken

Ze gaan weg. Daarom liep ze natuurlijk bij hen weg. Misschien zie ik haar nog wel een keer denkt Tessie. Zo denkt Reksie er ook over want hij begint te blaffen of hij wil zeggen tot ziens. Zo slenteren ze verder over de camping. Er staan niet zoveel mensen. Ongeveer 5 campers en een paar tenten en 2 caravans. De meeste mensen komen uit Zweden maar er staat ook nog een gezin uit Duitsland.

Als ze de camping rond gewandeld hebben gaan ze weer naar papa en mama. Tessie vertelt wat ze allemaal gezien hebben en dat ze een meisje tegen kwamen die heel vreemd praatte. “Dat zal wel Zweeds geweest zijn”, zegt papa. Papa vertelt hoe het hier vaak op de camping in Zweden gaat. Er is een keuken waar je eten kunt koken en waar je ook kunt eten en afwassen. Maar je kunt het eten ook gewoon meenemen naar je caravan of tent.

’s Middags gaan ze nog even naar het meertje dat dicht bij de camping ligt. Het is een mooie wandeling door het bos. Het water van het meertje is nog te koud om er in te gaan maar dat vindt Reksie niet. Tessie staat aan de kant en roept ineens “Kijk ik kan de vissen zien zwemmen, wat grappig, zouden hier overal vissen in het water zwemmen?” Het water is zo helder dat je de bodem kunt zien maar hier is het ook nog niet zo diep, verderop is het veel dieper en dan moet je echt goed kunnen zwemmen. Reksie vindt het water niet te koud om er in te gaan. Hoe kan dat nu, ze hebben hem geen zwemmen geleert en toch zwemt hij zomaar een eindje in het meertje.

Vader vertelt dat een hond dat niet hoeft te leren. Sommige honden vinden het heerlijk om te zwemmen andere honden houden er helemaal niet van.  “Maar Reksie vindt het wel heel leuk”, zegt Tessie.  Ze gaan aan de kant zitten en genieten van het mooie weer. Opeens is Reksie verdwenen. Tessie raakt in paniek.” Straks is hij verdronken”, zegt Tessie en begint te huilen. Een tijdje later komt Reksie er weer aan zwemmen en hij heeft iets in zijn bek. “Reksie kom hier”, zegt Tessie. Maar Reksie doet rustig aan. Papa fluit en dan komt Reksie er gelijk aan gerend. “Reksie kom es”, zegt papa en aait hem over zijn kop. “Ben je visser geworden Reksie? Dat mag eigenlijk niet hè, maar ja de vissers vissen hier ook en dat heb je zeker gezien.” Met grote ogen kijkt Tessie naar Reksie. Daar staat hij met een grote vis in zijn bek. “Ik denk” zegt Tessie,  “dat hij met de vis wilde spelen.”  Daar moeten ze om lachen. Hij heeft de vis zo voorzichtig meegenomen dat hij niet verwond is. Vader haalt de vis voorzichtig uit zijn bek en gooit hem terug in het water. Snel zwemt hij weer weg. Reksie blaf en blaf, nu heb je mijn speel vriendje van me afgepakt. Nee Reksie daar kun je niet mee spelen die hoort in het water.

Na een heerlijke wandeling gaan ze terug naar de caravan. Tessie en Marga zijn moe en hebben geen zin meer om iets te doen. Marga gaat met haar barbies spelen en Tessie heeft een boek meegenomen, die gaat ze nu lezen.

Hoofdstuk 10

Dagje uit

Als ze een paar dagen op de camping staan en de boel al een beetje verkend hebben stelt papa voor om eens een ritje met de auto te maken. Dan kunnen ze de omgeving een beetje leren kennen. Omdat de camping midden in het bos ligt moeten ze eerst over een smalle hobbelweg om weer bij de grote weg te komen. Dat vond Tessie ook al zo eng toen ze naar de camping gingen en toen hadden ze ook nog de caravan achter de auto. Brrr als ze daar nog aan denkt. Ze knijpt haar ogen stijf dicht. Mama ziet dat en zegt: “Je hoeft niet bang te zijn hoor, papa heeft wel vaker zulke wegen gereden, hij kan goed rijden en toen we naar de camping gingen, ging het toch ook goed?”

Als ze een uur over de grote weg gereden hebben neemt papa een afslag die door het bos gaat. Het is wel een gewone weg maar nu zie je aan beide kanten van de weg alleen maar bos. Nu kunnen ze de natuur bekijken. “Misschien komen we wel een beer tegen”, zegt Tessie “of een slang.”  “Nou die zul je hier in de auto niet tegen komen hoor”, zegt Jaap. Bijna iedereen moet lachen, maar Tessie niet. “Stomme vent, je weet best wat ik bedoel.”  “Oké “ zegt papa, “het was maar een grapje hoor Tessie, niet gelijk boos worden.” “Tja als je een beer tegen komt, moet je maar heel hard gaan brommen, dat doen beren toch ook? Dan noem je ze bromberen.” Nou zegt moeder als er iemand maar steeds aan het mopperen is noem ik hem ook een brombeer hoor.”  “Ik weet niet of beren wel brommen” zegt Tessie. “Dan moet je Reksie maar meenemen die begint vast wel te blaffen en daar moet een beer niets van hebben.” Reksie meenemen denkt Tessie, ik vind het een beetje dom dat papa dat zegt, ik neem Reksie toch altijd mee!

Ze hebben inmiddels een heel mooi picknickplek gevonden.

Het weer is warm en in de schaduw van de bomen spreidt moeder het picknick kleed uit. Eerst heeft ze goed gekeken of er geen mierenhoop in het gras zit, want de bosmieren die hier lopen zijn heel groot en als ze je prikken doet dat echt pijn dat is niet leuk. In het bos ziet Tessie bessen aan een struikje hangen. Het zijn donkerblauwe bosbessen. “Mama mag ik die plukken” vraag Tessie, “dan kunnen we die straks op onze boterham doen.” Dat lijkt moeder een goed idee. Tessie krijgt een kommetje mee waar ze de bessen in kan doen. Vader heeft een grote jerrycan met water meegenomen, dat is altijd handig. Nu kunnen ze de bessen afspoelen voor ze gegeten worden.

Na een kwartier komen Tessie en Reksie met een hele grote kom bosbessen terug. Heerlijk zeg, we kunnen allemaal bessen op een boterham doen. Het wordt een smulpartij zo midden in het bos. De tijd gaat zo snel. Tessie wil nog graag even wandelen met Reksie maar daar is helaas geen tijd meer voor “De volgende keer” zegt vader, ”wij gaan heus nog wel vaker het bos in en trouwens wij zullen nog veel verder moeten rijden want we willen nog meer zien. Nog een stuk verder naar het noorden.”

Als alles ingepakt is gaan ze weer terug naar de camping.

Op de camping zijn er kinderen aan het spelen in de speeltuin. De speeltuin is niet zo groot maar er zijn ook niet zoveel kinderen. Ook is er een voetbalveld daar gaan Jaap en Johan heen, nog even een balletje trappen. Tessie gaat met Marga naar de speeltuin. Moeder gaat ook even mee want Marga moet soms nog een beetje hulp hebben. “Ik wil op de wip” zegt Marga. “Dat kan niet lieverd want daar zitten nu andere kinderen op.” “Die kunnen er toch wel af gaan?” “Nee Marga, zo werkt het niet, even geduld hebben tot zij er af gaan.”  Marga staat met een pruillip bij de wip te kijken terwijl Tessie de schommel beklimt en rustig gaat schommelen. Na vijf minuten begrijpen de kinderen dat Marga ook even op de wip wil. “Vill du också” vraagt één van de meisjes. Marga begrijpt niet wat ze zeggen maar knikt toch maar. Dan gaan de meisjes er af en kan Marga samen met  Tessie op de wip.

“Voorzichtig doen hoor Tes, ik ga even eten koken.”  Om vijf uur is het eten klaar. Het is mooi weer dus besluiten ze om buiten te eten. Bij de “openluchtkeuken” staan tafels en banken waarbij ze kunnen eten.

Als het tien uur is, is het heel stil op de camping. iedereen is naar binnen gegaan. De kinderen slapen bijna allemaal en de papa’s en mama’s zitten nog gezellig wat te praten of een spelletje te doen. In een paar caravans staat een televisie aan. Reksie ligt aan de voeten van vader, zij vindt het ook wel genoeg voor vandaag. Ze gaat lekker dromen over een heerlijke kluif, misschien krijgt ze die morgen wel.

Hoofdstuk 11

Naar het noorden

De zon schijnt over de bossen en de wegen. Gisteren heeft het de hele dag geregend, maar dat vonden ze niet erg want toen hebben ze de hele dag in de auto gezeten. “Een mooie dag om te rijden” zei papa. Nu zijn ze al bijna in Noord-Zweden. Tessie kijkt haar ogen uit. Op een open vlakte zien ze een paar ronde tenten staan. “Zijn ze daar aan het kamperen?” vraagt Tessie, die denkt joeppie nu gaan we eindelijk uit de auto. “Nee” zegt papa dat zijn huizen. “Huizen, het is toch een tent?” Dan legt papa uit. “Hier in Lapland wonen de Samen, vroeger noemden de mensen ze Lappen maar zo willen ze niet meer genoemd worden. Ze woonden niet in huizen zoals wij maar in tenten, nu wonen ze gewoon net als wij in huizen. Nou Tessie vindt het maar vreemd, altijd in een tent wonen dat is toch veel te koud in de winter? “De Samen hebben rendieren” vertelt papa “misschien ze we ze nog wel.”

Als ze nog een tijdje doorgereden hebben zien ze een groot bord “Välkommen till camping solstråle”. Het staat er alleen maar in het Zweeds. Papa is bang dat ze daar geen Engels praten dus pakt hij maar even zijn Zweeds woordenboek erbij. Papa zegt “Er staat welkom op camping de zonnestraal” nou als dat geen mooi weer belooft. We zullen er maar eens gaan kijken, als het een mooie camping is dan blijven we hier.” Daar is iedereen het wel mee eens want dat lange rijden in de auto vinden ze maar niks.

De volgende dag ligt Tessie nog half te dromen als mama vraag of ze ook opstaat. Tessie heeft nog geen zin ze denkt waar ben ik nu? Dan herinnert ze zich dat ze gisteren een heel eind gereden hebben en nu op een mooie camping staan. Ze heeft niet veel tijd om na te denken want Reksie springt op haar bed en likt aan haar handen. Reksie denkt wakker worden ik wil wandelen. Reksie blaft en er zit niets anders op voor Tessie dan uit bed te komen. De zon staat al hoog aan de hemel. De beheerder vertelde papa dat het uitzonderlijk mooi weer wordt, ze treffen het wel want hier wil het zo vroeg in het jaar nog wel eens koud zijn. Vandaag wordt het een rustige dag. Ze mogen zelf weten wat ze willen doen, lekker luieren of een eindje wandelen in het nabijgelegen bos of spelen. Papa gaat luieren dat heeft hij wel verdiend vindt hij na zo’n lange rit gisteren.Eerst maar eens gezellig buiten eten met z’n allen. Je hoort hier allerlei vogels fluiten. Een koekoek laat zich horen en ook de specht heeft het druk. Natuurlijk wil Tessie daarna kijken of er ook kinderen op de camping zijn. Deze camping is veel groter dan de andere maar er staan nog niet zoveel mensen met hun tent of caravan. Als Tessie met Reksie tien minuten over de camping gewandeld heeft ziet ze een meisje dat net als Tessie ook uit Nederland komt. Tessie ziet het aan het nummerbord van de auto. “Hallo” zegt Tessie “jij komt ook uit Nederland hè, wij ook wij zijn hier gisteren gekomen.” Het meisje knikt. “Ja” zegt ze, “ïk zag jullie aankomen, ik heet Janneke en jij?” “Ik heet Tessie en dit is mijn hond, zij heet Reksie, ben jij bang voor honden?” Nee hoor Janneke is niet bang voor honden ze hebben zelf ook een hond maar die kon niet mee die is nu bij een oom en tante logeren. “Maar ik mis hem wel, hij heet Joppie, een hele lieve hond.”  Janneke loopt naar Reksie en aait hem, dat vindt zij wel goed, ze merkt wel dat Janneke van honden houdt. De moeder van Janneke komt er aan en geeft Tessie een hand. “Dag” zegt ze, “ik zie dat jullie kennis met elkaar gemaakt hebben, blijven jullie hier lang of reizen jullie nog verder naar het noorden?”  Tessie denkt niet dat ze nog verder rijden want ze hebben al zoveel gereden, stilletjes hoopt ze ook van niet. Het zou leuk zijn als zij en Janneke hier een tijdje bleven dan konden ze met elkaar spelen. “Wij blijven hier voorlopig een paar weken staan en dan gaan we weer terug naar Nederland” zegt Jannekes moeder. Jannekes moeder loopt weer naar de caravan waar ze een baby horen huilen. “Heb je zin om met me mee te gaan Tessie dan kan ik je van alles laten zien op de camping. En daar gaan de meisjes met Reksie achter hen aan.

Tenslotte gaan ze weer naar de caravan van Tessie dan kan Janneke ook even kennis maken met haar vader en moeder. “Mijn vader is boodschappen doen” zegt Janneke “niet zover hier vandaan is een dorp waar je boodschappen kunt doen. Op de camping hebben ze nog niet zoveel spullen, dat komt pas veel later als de Zweden ook vakantie hebben en die hebben pas in juli vakantie. Jullie zijn ook vroeg met vakantie, kon je wel vrij van school krijgen dan?” Dan vertelt Tessie dat haar vader in de zomermaanden het heel erg druk heeft en daarom mochten ze van school eerder met vakantie. “Net als mijn Vader” zegt Janneke. Mijn vader heeft ook een camping dus ook heel erg druk, nu wonen een oom en tante in ons huis die passen op de camping en op Joppie.” Na een kennismaken met de ouders van Tessie gaat Janneke eerst weer naar hun caravan. Ze spreken af  ’s middags nog even bij elkaar te komen.

Hoofdstuk 12

Een feestdag in Zweden

Het is alweer een paar weken geleden dat ze op de camping kwamen. Jaap en Johan hebben ook al vrienden gemaakt. Ondertussen zijn er meer mensen op de camping gekomen en ze hebben zelfs een voetbalclubje opgericht. Het mooie weer blijft aanhouden. Iedereen geniet er van en er wordt alleen maar buiten geleefd en gegeten. Dat is soms wel even wat later eten maar gelukkig gebruikt niet iedereen de buitenkeuken van de camping. Tessie heeft in Janneke een leuke vriendin gevonden. Ze kunnen heel goed met elkaar opschieten. Een paar dagen geleden kwam er een nieuw meisje op de camping. Die wilde ook met hen spelen. Nou dat mocht wel van Tessie en Janneke maar al snel ging het mis. Janneke werd door haar buitengesloten en ze wilde steeds alleen met Tessie spelen. Toen heeft Tessie toch maar gezegd dat Janneke haar vriendin is en dat ze misschien beter even kon kijken of er nog een meisje op de camping was om mee te spelen. Dat vond ze niet leuk en ze is boos weggelopen. Nou Tessie en ook Janneke vonden dat niet erg nu konden ze weer samen er op uit gaan, wandelen in het bos met Reksie want dat wilde Alma nooit, ze wilde alleen maar op de camping blijven.                                                                                       Vandaag is het een bijzondere dag. Tessie hoorde van Janneke dat het feest is in het dorp dicht bij de camping. De vader van Janneke had het gelezen toen hij laatst boodschappen gedaan heeft. Tessie vraagt aan haar vader of zij ook naar het dorp gaan. Ze had het niet hoeven vragen want iedereen staat al klaar. “Wat voor feest is het in het dorp papa” vraagt Tessie.  “De zomer is begonnen” zegt papa “en dan hebben ze hier altijd feest. De mensen dragen dan hele mooie kleren, kleren die ze vroeger droegen.”  “O” zegt Tessie, “gaan ze dan in kledendracht?”  “ Dan moet u dat zeggen papa want mooie kleren aan is iets anders dan kledendracht hoor.” Vader moet lachen “Sorry hoor, dat had ik inderdaad moeten zeggen.” Papa vertelt dat het de Zonnewendefest is. Dan hebben ze eind juni feest omdat het dan zomer wordt. Ook Janneke gaat met haar ouders en haar zusje mee naar het dorp. Papa en mama hadden dat al met ze afgesproken toen ze een keer koffie kwamen drinken. In het dorp is het een drukte van belang. Midden in het dorp staat een hele hoge versierde boom met allemaal linten eraan. Elk lint wordt door een meisje vastgehouden. Ook speelt er muziek. “Wat vrolijk hè” zegt Tessie. Reksie begint te blaffen. Johan moet Reksie bij zich houden want het is erg druk. Om 11 uur begint het feest. Iedereen staat op zijn plaats. Er zijn veel mannen en vrouwen in prachtige kleren. Ook de kinderen hebben mooie kleren aan. De meisjes hebben allemaal een hele mooie krans met bloemen op hun hoofd. Als de muziek weer begint te spelen beginnen de meisjes met een lint in hun handen rond de paal te dansen. Ook de mannen, vrouwen en kinderen dansen in een hele grote kring er omheen. Het is allemaal zo vrolijk. Papa maakt verschillende foto’s. Er komen kinderen langs met allerlei lekkere dingen zoals aardbeien en koeken. Ook lopen er mannen die trakteren op stukjes haring maar dat vinden Tessie en Janneke niet zo lekker. Opeens komt er een meisje naar Tessie en Janneke toe dansen en steekt haar handen uit. Ze moeten mee dansen in de kring. Janneke kijkt naar haar vader en die knikt, toe maar hoor ga maar mee. En daar gaan ze vrolijk dansen ze mee. Reksie staat met Johan een eind weg want Reksie is een beetje bang voor al die mensen, hij vindt het zo’n lawaai. Er lopen meer honden. Reksie begint zacht te janken. Johan doet een stap achteruit en ziet niet dat daar ook een hond staat. Hij trapt hem per ongeluk op zijn poot. Dat vindt de hond natuurlijk niet leuk. De hond is geschrokken en hapt naar Johan maar doordat Johan opzij springt en Reksie mee trekt, bijt hij Reksie in zijn poot. Reksie begint heel hard te janken. De mensen kijken verschrikt om. Vader komt er snel aangelopen en ziet dat Reksie gewond is. De man die de bijtende hond heeft loopt snel weg. Nou dat is ook wat. Reksie moet wel even naar de dierenarts maar waar vinden ze die. Even later komt de man weer terug. Gelukkig spreekt hij wel Engels. Vader bespreekt met hem wat er moet gebeuren. Reksie moet even naar de dierenarts want die moet wel even naar de wond kijken. Meneer Karlsson, zo heet die meneer van de hond, neemt vader en Reksie mee in de auto. Hij weet wel waar een dierenarts woont. De rest moet hier maar gewoon blijven want het feest duurt toch nog een tijd. Tessie begint te huilen. “Arme Reksie en stomme Johan kijk dan ook uit.” “Ho, ho” zegt moeder, “Johan deed het ook niet expres. En de hond schrok natuurlijk heel erg, het was gewoon een schrikreactie, niet fijn maar zoiets kan gebeuren. Het valt denk ik wel mee met Reksie maar ze moeten gewoon voor de zekerheid er even naar laten kijken.”

Na een uur komen vader en Reksie weer terug. Het valt inderdaad mee, maar toch moest er één hechting in en over een week moeten ze even weer naar de dierenarts om het na te laten kijken en de hechting eruit te laten halen. Meneer Karlsson heeft de rekening betaald en papa ook nog geld gegeven voor als hij weer naar de dierenarts moet. Verder wilde hij weten waar wij stonden dan komt hij nog een keer langs. “Dat is aardig” zegt moeder. Tessie rent snel naar Reksie en gaat hem knuffelen. “Acht lieve hond, doet je pootje pijn, wat een stoute hond hè.”  Reksie kijkt Tessie aan alsof hij wil zeggen “valt wel mee hoor.” Als het 5 uur is besluiten ze om weer naar huis te gaan. Niet omdat het donker wordt hoor want het blijft de hele nacht licht, dat wil Tessie graag nog eens zien maar dat komt nog wel zei papa.                                                                                                                                                                                                                                 Het feest in het dorp gaat nog een hele dag door. Ze lopen langzaam naar de auto want Reksie kan niet zo goed op zijn ene poot lopen. “Honden stellen zich altijd aan” zegt papa “als ze maar iets voelen maken ze het veel erger.”  Tessie vindt het niet leuk dat papa dat zegt, ze heeft medelijden met Reksie.                  Als ze op de camping komen zegt mama “Vandaag gaan we pizza eten.”  Jaaa, wordt er in koor geroepen dat vinden ze heerlijk.                                                        Na een uur zitten ze met z’n allen heerlijk pizza te eten en Reksie heeft een lekkere kluif gekregen van meneer Karlsson waar hij zich nu mee vermaakt.           Het is al 10 uur voor Tessie naar bed gaat. Ze wilde graag zien of het licht bleef dus mocht ze later naar bed. Haar ogen vallen nu bijna dicht van de slaap. Slaap maar lekker Tessie en droom maar over het feest dat je vandaag meegemaakt hebt maar droom niet over Reksie zijn zere poot. Welterusten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de woestijn van mijn bestaan(40-dagen tijd)

In de woestijn van mijn bestaan

Mijn weg ligt Here open voor uw ogen
voor mij is slechts de horizon gebogen
als ik niet weet waar ik moet gaan of staan
gaat u vooraan

Ik ga uw weg Heer leer mij niet te klagen
bezinnen wil ik meer dan veertig dagen
in de woestijn van ‘t dagelijks bestaan
achter u aan

Uw Woord vertelt mij van de juiste wegen
mijn toekomst krijgt zijn glans al door uw zegen
u zorgt bij dag en nacht voor mij altijd
voor zekerheid

Want Christus heeft voor mij aan ‘t kruis geleden
de weg van heil mag ik door hem betreden
vertrouwend ga ik naar ’t beloofde land
aan Jezus’ hand.

melodie: Ps 101
geschreven bij het 4e “40-dagen tijd” gedicht: Woestijnleven

Eeuwigheidsland

Eeuwigheidsland

In het verre land waar vrede heerst
aan de horizon of iets daar buiten
ziet mijn hart een hemels licht
waar gordijnen nooit meer sluiten

waar de nacht geen nacht meer is
maar helder licht schijnt over mensen
Hijzelf verdrijft de duisternis
daar is de mens voor eeuwig wakker

het zwarte kleed is in zijn bloed
gewassen en is zuiver wit
en elke morgen is er weer die gloed
van liefde waar geborgenheid in zit.

In de stilte van de tijd

In de stilte van de tijd

In de stilte van de tijd
leg ik mijn tranen voor Gods troon
ik weet, hij is bevrijd
geborgen in Zijn Zoon

in de stilte van de tijd
zie ik zijn voeten gaan
ze gingen uit de tijd
maar Jezus ging vooraan

in de stilte van de tijd
hoor ik zijn stem weer spreken
Het aardse leven is een strijd.
Maar God is nooit geweken

in de stilte van de tijd
zal ik op Hem vertrouwen
Hij zegt Ik ben er bij
op Mij kun je steeds bouwen.

bij het sterven van mijn lieve man Peter op 12-09-2019